Religie, zingeving & levensbeschouwing

Ga naar: navigatie, zoeken
LievenBoeve.jpg

Vroeger bestond het examen uit een aantal open vragen, de voorbeeldvragen van die tijd zijn onderaan deze pagina opgenomen ter illustratie. Vanaf het academiejaar 2008-2009 was het examen multiple choice. In 2013-2014 was het examen een mix van open- en ja/nee vragen. In 2014-2015 werd een lijst van examenvragen op voorhand op Toledo geplaatst. Er zijn geen multiple choice of simpele ja/nee vragen meer bij.

Samenvattingen

Klik hier om de samenvattingen te bekijken

Examenvragen

Academiejaar 2016-2017

Vraag 1 (5pt /40)

Verklaar kort volgende termen:

  1. Wijsheid (volgens Stephen Jay Gould)
  2. Pillenmaatschappij
  3. Keuzebiografie
  4. Verantwoordelijkheid in de eerste persoon
  5. De tragiek van de goedheid

Vraag 2 (10pt /40)

Bespreek de lichamelijke fundamenten van de ethiek.

Vraag 3 (5pt /40)

Zijn volgende stellingen juist of fout? Argumenteer.

  1. Stephen Jay Gould verdedigt een scheiding tussen geloof en wetenschap maar eigenlijk is het NOMA-principe een verdoken vorm van confictmodel.
  2. Het onderzoek van Sonja Lyubomirsky bevestigt de claim van Dirk De Wachter dat veel van ons geluk een kwestie is van geluk.
  3. Individualisering betekent dat sociale ongelijkheid verdwijnt.
  4. Volgens Paul Verhaeghe bewijst adoptie dat onze identiteit geen biologisch-evolutionair fundament heeft.
  5. Volgens de cursus is een gezonde dosis egocentrisme noodzakelijk.

Vraag 4 (10pt /40)

Twee deelvragen:

  1. Wat is de parabel van de onzichtbare tuinman en hoe functioneerdezij binnen de cursus?
  2. Waarom is de naastenliefde een gebod?

Vraag 5 (10pt /40)

Een werkstuk die je op voorhand moest inleveren (geen boekbespreking meer vanaf dit jaar).

Academiejaar 2015-2016

De prof was Frederiek Depoortere

Vraag 1 (5pt /40)

Verklaar kort volgende termen:

  1. Individualisering
  2. Identificatie
  3. De Baal Sjem Tov
  4. Verantwoordelijkheid in de eerste persoon
  5. De tragiek van de goedheid

Vraag 2 (10pt /40)

Vergelijk de visie van Dirk De Wachter en Sonja Lyubomirsky op geluk. Waarover zijn ze het eens? Waarin verschillen ze van mening? Verwoord ook hoe je persoonlijkh aankijkt tegen hun beider visies. Beargumenteer je standpunt.

Vraag 3 (5pt /40) Zijn volgende stellingen juist of fout? Argumenteer.

  1. Hoe we denken over onszelf (m.a.w ons zelfbeeld) is volgens PV een constructie vanuit de omgeving.
  2. Empathie vraagt om sterk ontwikkelde cognitieve vermogens en komt bijgevolg slechts bij weinig dieren voor.
  3. Het feit dat de priester en de levier in de parabel van de Barmhartige Samaritaan met een wijde boog om de gewonde man heen lopen maakt duidelijk dat ze hem niet hebben zien liggen.
  4. De parabel van de Barmhartige Samaritaan presenteert de Samaritaan waar de parabel naar genoemd is als een model van totale barmhartigheid.
  5. Wie vandaag een harmonie tussen geloof en wetenschap nastreeft, bevordert volgens Taede Smedes eigenlijk het conflict tussen beide.


Vraag 4 (10pt /40)

Twee deelvragen:

  1. Jan Rosier omschrijft de huidige generatie als een generatie controlefreaks. Wat bedoelt hij hiermee en op welke manier bevestigt zijn analyse de visie van Paul Verhaeghe op het neoliberalisme.
  1. Bespreek de visie van Lieven Boeve op de verhouding tussen geloof en wetenschap.

Vraag 5 (10pt /40)

Een boekbespreking die je op voorhand moest inleveren.

Academiejaar 2014-2015

De prof was Frederiek Depoortere

Examen 10-06-15

Media:Examen_10_juni.pdf

Examen 26-06-15

Media:Examen_26_juni.pdf

Examen 14-08-15

Media:Examen_14_augustus.pdf

Academiejaar 2013-2014

De prof was Frederiek Depoortere.

Examen 11-06-2014

Vraag 1 (5pt /40)

Verklaar kort volgende termen:

  1. Separatie
  2. Detraditionalisering
  3. Economisering
  4. Humaniteitsreligie
  5. NOMA

Vraag 2 (10pt /40)

Wat zijn alterniteitservaringen? Wat zijn de kermerken ervan? Wat is het belang ervan? Met welke andere typische, postmoderne ervaringen staan deze in contrast? Verwijs, waar mogelijk ook naar het fragment uit Schindler's List. Zorg voor een duidelijke structuur in je antwoord.

Vraag 3 (5pt /40) Zijn volgende stellingen juist of fout? Argumenteer.

  1. Paul Verhaeghe vindt dat de vrije markt leidt tot meer vrijheid.
  2. Grote moderne verhalen waren een gevolg van de functionele differentiatie.
  3. Een open verhaal kan geen weerwerk bieden tegen een gesloten verhaal.
  4. De parabel van de dauwdruppel stelt dat godsdiensten dogmatiseringen zijn van één religeuze oerervaring.
  5. Het harmoniemodel tussen geloof en wetenschap leidt in principe tot meer conflict.

Vraag 4 (10pt /40)

Twee deelvragen:

  1. Bespreek de verbanden tussen volgende termen: 'traditionalisme', 'new age', 'verhalen van de afwijzing', 'verhalen van de ontkrachting'.
  2. Gegeven de parabel van Jesus en de overspelige vrouw (John 8,1-11). Bespreek.

Vraag 5 (10pt /40)

Bespreek deze cartoon in het kader van de cursus.

Voorbeeld examen van prof zelf

Media:Voorbeeldexamen.pdf

Voorbeeld examenvragen multiple choice

  • Een tekening van de berg en de wolk; je moet zeggen welk model het betreft.
  • De theologen uit de lezing van Smedes chronologisch rangschikken.
  • Je krijgt een tekstje waarin een bepaald model wordt verdedigd, en je moet zeggen of dit overeenkomt met de mening van een bepaalde theoloog (je moet dus weten welke mening die had).
  • Wat is de boodschap van het verhaal van de Samaritaanse vrouw (verhaal was niet gegeven).
  • Je kreeg een verhaal over Jezus, en je moest zeggen 'langs wie God sprak'.
  • Je moest aanduiden welke bewering waar was over Darwin:
    • Darwin was christen tot zijn dood
    • Darwin geloofde eerst in de theorie van Palley
    • Darwin was een atheist
  • Je moest woordjes invullen in een tekst over pluralisme. De woordjes waren 'afwijzing', 'ontkrachting' en 'uniformisering'.
  • Een vraag over 'economisering', 'mediatisering' en 'informatisering' en 'indifferentie'.
  • Je moest het onderscheid kunnen maken tussen grote verhalen van kennis en grote verhalen van emancipatie.
  • Welk van de volgende vier is de oorzaak van de andere drie:
    • verzuiling
    • functionele differentiatie
    • waardegeneralisering
    • secularisatie
  • Wat staat centraal in de kick-cultuur?
  • Geen vraag over de beeldfragmenten 'Balance' en 'Schindlers list'
  • Is cumulatieve traditie gefocust op het product of het proces?
  • Is niet cumulatieve traditie gefocust op de erfgenaam of op de erflater?
  • In de cursus wilt Lieven Boeve een dialoog tussen wetenschap en religie. Met welk doel?
  • Een tekstje over de Paus die zegt dat de evolutietheorie een biologische uitleg geeft aan het ontstaan van de mens, en het scheppingsverhaal uitlegt hoe 'Project Mens' is ontstaan. Bij welk model sluit zijn visie aan?
  • Wat is recontextualisering
  • Goed de 2 voornaamste houdingen tov postmoderniteit kennen: afwijzing en ontkrachting
  • De mening van ``Boenhoffer in de discussie geloof-wetenschap kennen.
  • Je moest weten dat een parabel niet belerend is, maar wel inzicht wil geeft en tot engagement aanzet.

Academiejaar 2011-2012

De prof was dit jaar Joeri Schrijvers. Er waren 40 meerkeuzevragen met telkens 4 mogelijkheden, zonder giscorrectie. De meerkeuzevragen van 2010-2011 kwamen allemaal voor. Die van bovenstaande lijst lijken niet meer representatief. Enkele vragen gingen over leerstof die alleen in de les behandeld is (bv. Derrida).

Academiejaar 2010-2011

Normaal gezien zouden er 10 multiple choice vragen geweest zijn, elk op 0.5 punten. Er was echter een blad te weinig gekopieerd waardoor er maar 5 vragen waren, elk op 1 punt.

Vergelijk de moderniteit en postmoderniteit aan de hand van de volgende begrippen:

  1. functionele differentiatie en detraditionalisering
  2. waardegeneralisatie en departicularisering
  3. secularisatie en religie als marktartikel
  4. (anti)-modern groot verhaal en open verhaal
  5. autonomie en andersheid

Bespreek de verschillen tussen

  1. Alteriteitservaring en kick.
  2. Alteriteitservaring en geloofservaring.
  3. Breuk en onderbreking van/met het Christelijk verhaal
  4. Eerste en Tweede Vaticaans Concilie
  5. Fundamentalisme en sluipend groot verhaal

Geloof en wetenschap: vergelijk en geef bij elk model ook een denker

  1. Harmoniemodel en principiële onbevraagbaarheid
  2. Ontstaan van de moderne natuurwetenschappen en deïsme
  3. (Ontstaan van de) moderne natuurwetenschappen en conflictmodel
  4. Kloofmodel en postmoderniteit
  5. Bespreek het verschil tussen het kloofmodel en het differentiemodel

Meerkeuzevragen

  1. Wie introduceerde de term "alteriteit" in het moderne denken?
    1. Immanuel Kant
    2. Emmanuel Levinas
    3. Lieven Boeve
    4. Martin Heidegger
  2. De cumulatieve opvatting van de traditie benadrukt het (A) erflater, (B) ergenaam zijn. Niet-cumulatieve opvattingen hechten meer belang aan het (C) proces of (D) het product van de traditie.
    1. A en C
    2. A en D
    3. B en C
    4. B en D
  3. Tekstje over heidenen zuiveren
    1. exclusivisme
    2. inclusivisme
    3. pluralisme
    4. relativisme
  4. Bij het utilitarisme draait het om:
    1. kijken naar de gevolgen, of ze nu goed of slecht zijn
    2. kijken naar de intentie
    3. de beste gevolgen en voor zo veel mogelijk mensen
    4.  ?
  5. Voor theologische legitimering is het volgende nodig:
    1. goedkeuring van de paus
    2. aansluiting bij het huidige denkkader
    3. aansluiting van het verhaal van Jezus Christus
    4.  ?

Academiejaar 2009-2010

In het academiejaar 2009-2010 was het examen deels open, deels multiple choice. Er waren 15 open vragen, elk op 1 punt, en 10 meerkeuzevragen, elk op 0,5 punt.

De open vragen waren "verklaar"-vragen, en de antwoordruimte was beperkt. Je kon dus gerust met één enkele zin een punt halen.

Tweede zit

Per woordje was een kadertje van een paar lijntjes gegeven. Er waren dus 15 kadertjes, vermoedelijk telkens op 1 punt.

  1. Wat is de moderniteit. Leg uit aan de hand van de volgende concepten
    1. Functionele differentiatie
    2. Groot verhaal
    3. Secularisatie en waardegeneralisering
    4. Principiele bevraagbaarheid
    5. Verzuiling
  2. beoordeel de volgende uitspraak van Bart de Wever in Humo aan de hand van volgende concepten. "De grote verhalen zijn vervangen door marketing. En marketing zonder verhaal kan tot alles leiden."
    1. Postmoderniteit als "einde van de grote verhalen"
    2. Economisering
    3. Uniformering en "departulisering". Geef een voorbeeld
    4. Belang en functie van een eigen, particulier verhaal
    5. de godsdienst van de markt(eting)
  3. "Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt. Want met het oordeel dat gij velt, zult gij geoordeeld worden en de maat die gij gebruikt, zal men ook voor u gebruiken. Waarom kijkt gij naar de splinter in het oog van uw broeder en merkt gij de balk niet op in uw eigen oog? Of hoe kunt ge tot uw broeder zeggen: laat mij de splinter uit uw ogog halen, en zie, in uw eigen oog zit de balk nog. Huichelaar, haal eerst de balk uit uw eigen oog en dan zult ge scherp genoeg zien om de splinter uit het oog van uw broeder te verhelpen." (matt. 7, 1-4). Leg dit citaat uit aan de hand van de volgende concepten.
    1. Jezus kritisch-bevrijdende optreden ten opzichte van de huichelaars, de Farizeeen
    2. Jezus' open basishouding tot God
    3. Jezus' eigen getuigenis van God in open, engagerende verhalen
    4. Zou je Jezus' optreden hier veeleer vergelijken met dat van de koning of dat van de rechter uit de parabel van de blindgeborenen en de olifant? Wat impliceren dergelijke teksten voor de verhouding van het christendom tot de andere wereldreligies?
    5. Beantwoord ook de vraag hoe de bespreking van dergelijke teksten in het gehele opzet van het college paste? Waarom was het nodig na te gaan of die Jezus 'onderbreker' was?


Eerste zit

  1. Verklaar
    1. Detraditionalisering
    2. Theologische recuperatie
    3. Recontextualisatie
    4. Theologische legitimatie van het open verhaal
    5. Verhalen van de ontkrachting
  2. Bespreek de verschillen tussen
    1. Alteriteitservaring en kick.
    2. Alteriteitservaring en geloofservaring.
    3. Breuk en onderbreking
    4. Eerste en Tweede Vaticaans Concilie
    5. Fundamentalisme en sluipend groot verhaal
  3. Vragen over (post-)moderniteit
    1. Geef drie kenmerken van de moderniteit
    2. Schets de postmoderniteit
    3. Wat waren de twee reacties van het christendom op de moderniteit?
    4. Wat waren de reacties van het christendom op de postmoderniteit?
    5. Leg uit hoe het open verhaal probeert de middenweg tussen deze reacties probeert te bewandelen

De meerkeuzevragen:

  1. Wie introduceerde term "grote verhalen"? Marx, Kant, Lyotard of Lieven Boeve
  2. De cumulatieve opvatting van de traditie benadrukt het (A) erflater, (B) ergenaam zijn. Niet-cumulatieve opvattingen hechten meer belang aan het (C) proces of (D) het product van de traditie. Welke combinatie (AC, AD, BC, BD) is juist?
  3.  ??? Welk standpunt hebben het fundamentalisme en het open verhaal gemeenschappelijk? ?, ?, ?, ?
  4.  ??? Welke vier trefwoorden horen bij een open verhaal? (Pluralisme, ?, eigenheid, harmonie), (Pluralisme, ?, eigenheid, onverzoendheid), (Pluralisme, ?, relativisme, harmonie), (Pluralisme, ?, relativisme, onverzoendheid)
  5.  ??? Een tekst (zoals in het boek) over Farizeëers die aan Jezus vragen of het geoorloofd is om belastingen te betalen aan de keizer. Gaat het hier om kritische praxis, open basishouding, getuigenis afleggen of ?
  6.  ??? Een tekst, en je moest zeggen of het om inclusivisme, exclusivisme, pluralisme of relativisme ging.


Voorbeeld examenvragen

het inleidend hoofdstuk

    • Wat is het verschil tussen 'godsdienstwetenschappen' (in strikte zin) en 'theologie'?
    • Illustreer je antwoord aan de hand van het geheel van de cursus.
  • Antoon Vergote geeft aan dat er een verschuiving is (of mogelijk is) in het christendom van een culturele naar een geloofsreligie.
    • Licht dit toe
    • Illustreer je antwoord vanuit het geheel van de cursus.
  • Becommentarieer volgende tekst vanuit de lijnen uitgezet in de colleges:
    • "Impliciet pluralisme houdt in dat op elk vlak kwaliteit moet primeren, en dat deze kwaliteit hét structurerend principe wordt van de Vlaamse universitaire ruimte [...]. Ook de curriculumopbouw mag enkel op kwaliteit gestoeld zijn. Verborgen ideologische agenda's moeten te vuur en te zwaard uitgedreven worden. De K.U. Leuven mag haar studenten immers geen katholieke lijn opdringen. Dit past niet in een studentgerichte visie op onderwijs. Een op kwaliteit geïnspireerde curriculumopbouw impliceert dan ook onvermijdelijk een diepgaande reflectie over het licentieplichtvak 'Vraagstukken uit de Godsdienstwetenschap' [nu: Religie, zingeving en levensbeschouwing] (Studententoespraak bij de opening van het academiejaar 1998-1999, Veto, 29 september 1998).


hoofdstuk 1

  • Licht toe: "Het christendom is een traditie-gebonden godsdienst"; of, met andere woorden, wat is traditie en wat heeft christelijk geloof met traditie te maken?
    • Verklaar de term recontextualisering.
    • Geef een aantal voorbeelden (uit je dagelijkse omgeving).


hoofdstuk 2

  • Werk beide deelvragen uit via een sprekend voorbeeld:
    • Wat zijn 'moderne grote verhalen'? Wat is hun functie?
    • Welke verhouding nemen ze aan tot de traditionele religie?
  • Waarom wordt het christelijke geloof in de moderne tijd verleid tot 'theologische conformering' en 'theologische recuperatie'? Leg ook uit wat deze termen betekenen en geef telkens een welgekozen voorbeeld.
    • Wat betekent ‘recontextualisering’ als we het hebben over christelijke traditie-ontwikkeling en hoe functioneert dit?
    • Op welke dubbele wijze recontextualiseerde het christelijk geloof zich in de moderne tijd?
    • Verklaar ook kort waarom deze categorie belangrijk was in de hele opzet van de colleges
    • Kan ook de islam zich recontextualiseren?


hoofdstuk 3

  • Toon aan dat de eerste reactie vanuit het christendom op de postmoderne pluralisering en individualisering analoog is aan haar reactie op de moderne traditie- en religiekritiek.
    • Hoe kan in de postmoderne context de traditiebetrokkenheid van de christen gepast reflexief geduid worden?
    • Welke traditie-opvattingen doen ofwel de context, ofwel het christendom zelf, daarentegen onrecht aan?


hoofdstuk 4

    • Waarom hebben we het verhaal van de economisering een postmodern, sluipend, groot verhaal genoemd?
    • Illustreer je antwoord met enkele sprekende voorbeelden
    • Welke kritiek werd er gegeven op het verhaal van de economisering vanuit het 'open verhaal'. Kan/wil het open verhaal een alternatief zijn?
  • Becommentarieer het volgend tekstfragment uit De Standaard Magazine (03.04.98) n.a.v.het succes van de New Age bestsellers van James Redfield, De celestijnse belofte en Het tiende inzicht, en de werkboeken die er in het Nederlands bij verschenen zijn, vanuit de cursus:
    • "Al één miljoen boeken worden verkocht: ook de lage landen zijn in de ban van de celestijnse rage, op gang getrokken door het succesboek van James Redfield. De kerken lopen leeg, maar het heimwee naar de Hof van Eden blijft. Vandaag knutselt iedereen aan zijn geloofje voor eigen gebruik. 'We zijn allemaal zielen op zoek naar onszelf'.".


hoofdstuk 5

    • Wat bedoelen we met de 'cultuur van de kick'?. Hoe past deze binnen onze bredere analyze van de postmoderne context?
    • Is dit de enige ervaringsmodus die werkelijk postmodern te noemen is?
    • Wat is het ‘model van het open verhaal’? Geef aan hoe we dit model ontwikkeld hebben in twee bewegingen en hoe dit model beschouwd kan worden als een actuele uitdrukking van het hedendaagse kritische bewustzijn.
    • Is er een ‘atheïstisch open verhaal’ mogelijk? En waarom (niet)?


hoofdstuk 6

    • Wat bedoelen we met het model van het 'open verhaal'?
    • Is dergelijke open-verhaal-structuur herkenbaar voor christenen?


hoofdstuk 7

  • Becommentarieer volgende teksten: Joh 2,13-25; Lc 16,19-31; Mt 23, 13-36
  • "Na [a] de paaservaring is het voor [b] de eerste kerk blijkbaar enkel in de modus van het [c] open verhaal mogelijk het Jezus-verhaal, [d] als open verhaal, ter sprake te brengen".

Licht deze zin als geheel en in de onderscheiden zinsdelen (a,b,c,d) toe.

    • Toon via een bespreking van volgende tekst aan dat Jezus ‘onderbreker’ genoemd mag worden ‘van Godswege’ (Jo 8, 1-11).
      • “…. terwijl Jezus naar de Olijfberg ging. 2 Maar in de vroegte was Hij alweer in de tempel en heel het volk stroomde naar Hem toe. Hij ging zitten en onderrichtte hen. 3 Nu kwamen de schriftgeleerden en de farizeeën aanzetten met een vrouw die betrapt was op echtbreuk. Ze brachten haar voor Hem 4 en zeiden: ‘Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt op echtbreuk. 5 Mozes heeft ons in de wet voorgeschreven zulke vrouwen te stenigen. Hoe staat U daar tegenover?’ 6 Met deze vraag wilden ze Hem op de proef stellen, om te zien of ze een aanklacht tegen Hem konden indienen. Maar Jezus bukte zich om met zijn vinger op de grond te schrijven. 7 Toen ze op een antwoord bleven aandringen, keek Hij op en zei: ‘Wie van u zonder zonde is, moet dan maar als eerste een steen op haar werpen.’ 8 En weer bukte Hij zich om op de grond te schrijven. 9 Zij echter trokken na die woorden weg, de een na de ander, te beginnen met de oudsten, zodat Hij alleen achterbleef met de vrouw daar vóór Hem. 10 Jezus keek op en vroeg haar: ‘Waar zijn ze gebleven, vrouw? Heeft niemand u veroordeeld?’ 11 ‘Nee Heer, niemand’, antwoordde ze. Waarop Jezus zei: ‘Ik veroordeel u ook niet. Ga nu maar, en zondig voortaan niet meer.’”
    • En beantwoord ook kort de vraag hoe de bespreking van dergelijke teksten in het opzet van het college paste? Waarom was het nodig na te gaan of die Jezus ‘onderbreker’ was?
    • Wat is een Jezusbeeld? Wat zegt dergelijk beeld over die Jezus en betekent het voor christenen?
    • Welk hedendaags Jezusbeeld past bij een christelijk open verhaal en waarom?
    • Geef één of meer voorbeelden van teksten uit het nieuwe testament die dergelijk hedendaags Jezusbeeld ondersteunen, en licht toe. hoe/waarom ze dit doen.


hoofdstuk 8

Geen examenstof in 2005-2008


hoofdstuk 9

Zie hierbij ook de zelftest bij de module begeleide zelfstudie 'christendom en wereldreligies'. De vragen die daar opgenomen zijn, gelden eveneens als voorbeeldexamenvragen.

  • Verklaar volgende parabel:
    • "Een groep van zeven leerlingen maakten samen met de meesten komen wellicht ergens in het Verre Oosten, een ochtendwandeling. In het prille zonlicht schitterden de dauwdruppels... "
  • Kan de christen Jezus van Nazaret begrijpen als van hetzelfde religieuze genie als Mozes, Mohammed of Boeddha?


hoofdstuk 10

Zie hierbij ook de zelftest bij de module begeleide zelfstudie 'geloof en wetenschap'. De vragen die daar opgenomen zijn, gelden eveneens als voorbeeldexamenvragen.

    • Hoe verhouden geloof en wetenschap zich tot elkaar in het conflictmodel? Licht je antwoord met een eigen voordeel toe.
    • Werk op basis van dit voorbeeld de positie die in de colleges werd ingenomen uit.
  • Beoordeel het volgende:
    • "Paus Johannes-Paulus II verleende onlangs Galileo Galilei (1564-1642, veroordeeld in 1633) met drieëneenhalve eeuw eerherstel, alhoewel deze zelfde paus -naar het getuigenis van Stephen Hawking- de astrofysici in 1981 bij je een audiëntie te Castel Gandolfo vermaande hun onderzoek te limiteren tot de Big Bang en wat erna komt; wat de Big Bang zelf betrof: dat was Gods werk, de scheppingsact, en dus geen onderzoeksobject."
  • Becommentarieer volgend tekstfragment (met commentaar) van Blaise Pascal (1623-1692), wetenschapper, filosoof en gelovige, die zijn ideeën stellingmatig uitgeschreven heeft in zijn postuum uitgegeven Pensées (de Standaard der Letteren, 19.06.1997, p. 14, recensie van P De Martelaere bij de Nederlandse vertaling van 1997) vanuit de cursus:
    • "In meer filosofische milieus [...] wordt vooral Pascals beruchte weddenschap of gok aangehaald, waarbij het erom gaat de voor- en nadelen van het geloof in [de christelijke] God voor het leven van de mens tegen elkaar af te wegen. Met rationele zekerheid kan het bestaan van God immers niet worden bewezen: als oneindig wezen is God volkomen onvatbaar in categorieën, zoals ook in de wiskunde het begrip van het oneindige niet aan de hand van bekende getallen kan worden voorgesteld. In het geval van God moet dus op zijn bestaan worden 'gewed', maar dan een weddenschap zonder rationele basis, een sprong in het luchtledige. 'Laten we dit punt eens nader onderzoeken en zeggen "God bestaat of hij bestaat niet". Voor welk standpunt zullen we kiezen? Het verstand kan hierop geen uitsluitsel geven. Er is oneindige chaos die ons daarvan scheidt. Aan het uiteinde van deze oneindige afstand gooit men een munt op en die valt kruis of munt. Waarop gaat U wedden? Op redelijke gronden. U kunt noch het ene noch het ander doen, en op redelijke gronden kunt U geen van beide uitsluiten.' (citaat van Pascal) ".
  • Beschouw de religiometer van Anne Provoost. [1]
    • Vanuit welk model tussen geloof en wetenschap heeft Anne Provoost deze religiometer geschreven? Leg uit met minstens twee verwijzingen.
    • Welk model hebben we in de zelfstudiemodule als beter aangeduid?
    • Eigen interpretatie over het nut van de zelfstudiemodule.
  • In één van de colleges hebben we een artikel uit De Standaard (30.11.2006, DSwetenschap, p. 4-5) besproken waarin beschreven wordt hoe één van de meest strijdbare atheïsten uit de VS, Daniël Dennet, claimt dat religies als een virus kunnen geanalyseerd, en aldus socio-biologisch verklaard kunnen worden. Een fragment hieruit:
    • “Dennett ziet religies als memen. De Bijbel behoort al duizenden jaren tot de memen die zich het best repliceren. En religies, als memen bekeken, maken gebruik van alle trucs uit de memetische trukendoos. Vele ervan bevatten expliciete kopieerinstructies — geboden dat de gelovigen Het Woord moeten verspreiden. Net zoals het lichaam tegen biologische virussen een afweersysteem heeft ontwikkeld, staan we niet weerloos tegen memen. Een sceptische geest of een gezond oog voor ons eigenbelang kunnen beschermen tegen sommige gevaarlijke memen. Maar net als er virussen geevolueerd zijn die weer tegenmaatregelen treffen tegen de afweer van het lichaam, of die zelfs het afweersysteem aanvallen, zoals het aidsvirus, zo zijn er ook geavanceerde en succesvolle memen die instructies bevatten om de afweer te omzeilen. Dennett ziet daar voorbeelden van in religieuze memen. Zoals de impliciete of expliciete instructie dat je over de inhoud van de religie niet te rationeel mag nadenken, dat het niet goed is om er al te kritische vragen over te stellen. Dat je je moet ‘overgeven’ aan het geloof, en Gods woord gehoorzamen, ook als je het niet begrijpt. Dat je niet te diep mag ingaan op vragen zoals door wie God dan wel geschapen is. Dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn. Dat je God moet danken voor alle goede dingen, maar dat je hem niet de slechte dingen mag verwijten. Dat je niet mag luisteren naar de argumenten van ongelovigen. Absolute memetische spitstechnologie, als je het Dennett vraagt. Het wonderlijke resultaat van de survival of the fittest in de ideeënwereld”.
    • Bespreek Dennets standpunt aangaande religie in relatie tot de drie standaard-modellen om de verhouding tussen geloof en wetenschap te denken. Bij welk model sluit deze tekst het best aan? Hoe verschilt deze tekst van de andere modellen?
    • Is dit standpunt verzoenbaar met de positie die we in de module ‘wetenschap en geloof’ hebben ingenomen, en waarom (niet)? Zo niet, wat is het alternatief?
    • Hoe denk je zelf over het standpunt weergegeven in het tekstfragment?
  • Onlangs verscheen in De Standaard een interview met wetenschapper-filosoof-publicist Gerard Bodifee over de verhouding tussen wetenschap en religie. Hij zegt op bepaald ogenblik het onderstaande. Becommentarieer dit tekstfragment met behulp van de denkpatronen ontwikkeld in de colleges en het cursusmateriaal over de verhouding tussen geloof/levensbeschouwing en wetenschap.
    • "Waar een religieuze tekst, zoals het scheppingsverhaal uit het boek Genesis, over spreekt, is niet wat de wetenschap verklaart als zij uitlegt hoe de dingen tot stand gekomen zijn. God die in Genesis de wereld schept, is niet de God die in de wetenschappelijke theorieën ontbreekt. Het is een misverstand te denken dat de wetenschap het bestaan van God ontkent. Zij kan God niet ontkennen omdat zij er niet kan over spreken. ‘God’ is geen wetenschappelijk concept. Zou de wetenschap wel gewag maken van een God die aan de oorsprong ligt van het heelal, dan is deze God een fysische oorzaak, niet de God van Genesis, niet de God over wie de religie spreekt.”

(Uit: De Standaard, Weekend 14 april 2007, p. 38-39 [Weekend-bijlage]).

    • Welke twee van de modellen die in de zelfstudiemodule aan bod kwamen, zijn zeker NIET van toepassing op dit fragment en waarom?
    • Waarom hebben zowel creationisten (die de evolutietheorie afwijzen omdat deze niet in overstemming is met de bijbel) en atheïstisch-levensbeschouwelijke neo-darwinisten (zoals Dennet en Dawkins, die religie louter als een product van evolutie beschouwen) het volgens de lijn die we in de colleges volgenden, verkeerd voor? Leg uit.
  • In de module over de verhouding tussen wereldgodsdiensten en christelijk geloof bespraken we enkele parabels die ons doen nadenken over deze verhouding. Eén ervan was de parabel van de blindgeborenen en de olifant.
    • “Op zekere dag liet de koning van Savatthi alle blindgeborenen uit zijn stad op één plek samenbrengen. Daarna liet hij hen een olifant tonen, waarvan ze elk één lichaamsdeel konden betasten, terwijl hij zei `dit is nu een olifant’. Enkele blinden betastten de kop, anderen een oor, nog anderen een slagtand, de slurf, de romp, een poot, het achterwerk, de staart, het behaarde uiteinde van de staart. Daarna vroeg de koning aan de blindgeborenen hoe men zich een olifant moest voorstellen. Wie de kop betast had, zei dat een olifant eruit zag als een grote ketel. Wie het oor had, leek de olifant op een mand om het koren te zeven; wie de slagtand had, op een ploegschaar; wie de slurf had, op een stang aan de ploegschaar; wie de romp had, op een graansilo; wie een poot had, op een peiler; wie het achter­werk had, op een stuk geschut; wie de staart had, op een knuppel; wie het uiteinde van de staart had, op een bezem. Omdat de blinden het onder elkaar hoege­naamd niet eens konden worden over hoe een olifant werkelijk eruit zag, raakten ze tot ontsteltenis van de koning slaags”.
    • Welke visie over de relatie tussen godsdiensten wordt in deze parabel gepresenteerd? Hoe staan godsdiensten tegenover elkaar?
    • Als je vanuit de positie van het christendom deze parabel leest, en je identificeert je met de koning: welke houding kan het christendom dan aannemen tegenover de andere?
    • Wat is het verschil tussen de positie van de koning in deze parabel en die van de rechter in de parabel van Nathan de wijze over de drie ringen? Pas dit verschil ook toe op de relatie tussen de godsdiensten.


hoofdstuk 11

  • Beoordeel volgende tekst uit de Standaard Magazine, 06.02.98, p. 6. Gebruik hiertoe de diverse ethische denkinstrumenten geboden in de colleges.
    • "We moeten voorzichtig zijn met onze geconditioneerde reflex tegen alles wat onnatuurlijk is. Klonen is voor mensen uiteraard onnatuurlijk. Maar niet natuurlijk is daarom nog geen synoniem van niet goed. Boeken lezen is ook onnatuurlijk. Wat we onnatuurlijk of onmenselijk vinden, verandert bovendien door gewenning. Slechts enkele decennia geleden werd kunstmatige inseminatie van mensen als moreel verwerpelijk gezien. Het wegnemen van hoornvlies bij doden om het zicht van levenden te redden is ooit illegaal geweest, vandaag word het immoreel gevonden om het niet te doen ".
  • Hoe kan een probleemstelling als wetenschappelijk onderzoek met proefdieren in ethisch perspectief reflexief aangepakt worden?
  • Geef de diverse aspecten aan waarmee een ethische daad kan geanalyseerd worden, en licht toe met een eigen voorbeeld.
  • Becommentarieer volgend tekstfragment (de Standaard, 10.12.1998, p.2) vanuit de cursus:
    • "De dertig artikelen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens vormen de bouwstenen van een discours dat steeds meer dienst doet als een 'universele ethiek'. Maar gaat het toch niet om een specifiek Europees-Amerikaans verhaal dat het Westen -dankzij zijn technologisch-economisch-politieke hegemonie- aan de rest van de wereld opdringt?".