Geschiedenis van de wetenschappen: verschil tussen versies

Ga naar: navigatie, zoeken
(Vragen toegevoegd vanop het Chemika forum)
k
Regel 13: Regel 13:
 
* Darwin en zijn evolutietheorie zorgden voor een ommekeer. Leg uit.
 
* Darwin en zijn evolutietheorie zorgden voor een ommekeer. Leg uit.
  
=== vrijdag 20 juni 2008 ===
+
=== vrijdag 20 juni 2008 (voormiddag) ===
 
* De wetenschappen in de 17de eeuw werden gekarakteriseerd door de "mechanisering van de wetenschappen". Descartes en Newton hebben daar op een verschillende manier aan bijgedragen. Leg uit waarin beide vormen verschillen.
 
* De wetenschappen in de 17de eeuw werden gekarakteriseerd door de "mechanisering van de wetenschappen". Descartes en Newton hebben daar op een verschillende manier aan bijgedragen. Leg uit waarin beide vormen verschillen.
 
* De theorie van Darwin lokte sterke reactie uit zowel binnen als buiten de wetenschappen. Geef en bespreek enkele voorbeelden.
 
* De theorie van Darwin lokte sterke reactie uit zowel binnen als buiten de wetenschappen. Geef en bespreek enkele voorbeelden.

Versie van 24 jun 2009 om 15:51

Algemeen

Geschiedenis van de wetenschappen is een keuzevak van 3 studiepunten dat in alle studierichtingen met minor verbreding van de faculteit wetenschappen kan worden opgenomen. Het vak wordt gedoceerd door Geert Vanpaemel. De twee uur durende hoorcolleges gaan tijdens het academiejaar 2008-2009 elke dinsdagavond van 18:00 tot 20:00 door. De cursus bestaat uit een reader die te verkrijgen is bij de Scientica cursusdienst. Daarnaast worden er via Toledo ook slides beschikbaar gesteld.

Examenvragen

maandag 16 juni 2008 (voormiddag)

  • Buffon en Linnaeus probeerden beide planten en dieren te classificeren. Waarin verschilde hun aanpak en kader het geheel in de tijdsgeest van de Verlichting.
  • Chemisten en fysici geloofden eerst niet in het bestaan van atomen. Geef voor beide een voorbeeld waarom ze het niet geloofden.
  • Toon aan dat Darwin en Mendel buitenbeentjes waren van de moderne biologie.

maandag 8 juni 2009 (namiddag)

  • Copernicus heeft grote invloed gehad tijdens de Wetenschappelijke Revolutie. Leg uit.
  • Tijdens de Verlichting (18de eeuw) lagen geloof en wetenschap heel dicht bij elkaar. Leg uit en geef hier een voorbeeld van.
  • Darwin en zijn evolutietheorie zorgden voor een ommekeer. Leg uit.

vrijdag 20 juni 2008 (voormiddag)

  • De wetenschappen in de 17de eeuw werden gekarakteriseerd door de "mechanisering van de wetenschappen". Descartes en Newton hebben daar op een verschillende manier aan bijgedragen. Leg uit waarin beide vormen verschillen.
  • De theorie van Darwin lokte sterke reactie uit zowel binnen als buiten de wetenschappen. Geef en bespreek enkele voorbeelden.
  • De nieuwe natuurkunde (relativiteitstheorie, kwantummechanica, kernfysica) van de 20ste eeuw speelden een rol in de internationalisering van de wetenschappen. Vooral Einstein was een personificatie van het verlangen naar wetenschappelijk intellectueel leiderschap van de wereld. leg uit aan de hand van enkele voorbeelden.

Voorbeeld examenvragen van Toledo

  1. De Wetenschappelijke Revolutie van de zeventiende eeuw kan worden gekarakteriseerd als een "mechanisering van de wetenschap". Zowel Descartes als Newton hebben bijgedragen tot deze mechanisering, maar op een zeer verschillende wijze. Leg uit waarin deze beide vormen van mechanisering van elkaar verschilden.
  2. Waarom werden experimenten zo lang niet gebruikt in de natuurwetenschap?
  3. Wiskunde en experiment vormen een belangrijk onderdeel van de nieuwe natuurwetenschap die in de zeventiende eeuw gestalte kreeg. Geef aan met enkele voorbeelden hoe deze nieuwe elementen geïntroduceerd werden in de wetenschappelijke methode.
  4. Met uitzondering van de veroordeling van Galilei, vond de nieuwe natuurwetenschap van de zeventiende eeuw juist een sterke bondgenoot in het religieuze wereldbeeld. In het bijzonder de Newtoniaanse fysica laat zien hoe geloof en wetenschap dicht bij elkaar aansloten. Leg uit.
  5. Linnaeus en Buffon ondernamen elk een poging om de gehele levende natuur te beschrijven. Toch gingen zij heel andere wegen op. Vergelijk hun aanpak en situeer hun werk in het bredere kader van de Verlichting.
  6. Welke verschillen kan je aangeven tussen de atoomtheorie van Dalton en deze van Berzelius?
  7. Tijdens de negentiende eeuw hadden zowel fysici als chemici grote twijfels over het bestaan van atomen en zelfs het nut van een atoomtheorie. Geef voor elk van beide groepen tenminste één voorbeeld van de weerstand tegen de atoomhypothese.
  8. Darwin en Mendel kunnen worden beschouwd als buitenstaanders van de moderne biologie. Leg uit.
  9. De theorie van Darwin riep sterke reacties op binnen en buiten de wetenschappelijke wereld. Geef en bespreek van beide enkele voorbeelden.
  10. Op welke manier droeg het darwinisme bij tot het formuleren van eugenetische opvattingen?
  11. De wetten van Mendel werden pas dertig na hun bekendmaking door de wetenschappelijke wereld herontdekt. Dat was niet toevallig, maar had te maken met een gewijzigde oriëntatie van het wetenschappelijk onderzoek. Leg uit.
  12. De nieuwe natuurkunde (relativiteitstheorie, kwantummechanica, kernfysica) van de twintigste eeuw speelde een rol in de internationalisering van de wetenschap. In het bijzonder Einstein kan als personificatie beschouwd worden van het verlangen van wetenschappers om het intellectuele leiderschap van de wereld op zich te nemen. Leg uit aan de hand van enkele voorbeelden.