Structuur en organisatie van computersystemen

Ga naar: navigatie, zoeken
BartDeDecker.jpg

Samenvattingen

Klik hier om de samenvattingen te bekijken

Inleiding

[DRAMA is een soort van assembler. Deze zou vanaf 2007 vervangen worden door echte machinecode]

Voor dit vak zijn er 3 examens: er is een oefeningen-examen op de helft van het eerste semester en nog een oefeningen-examen vlak voor de blok/examen periode van januari. En dan is er nog het theorie-examen dat in de examenperiode van januari zelf valt. De oefeningen-examens zijn schriftelijk, het theorie-examen is mondeling met schriftelijke voorbereiding.

De oefeningen-examens gaan beiden over DRAMA (boek 1). Ze beginnen telkens met enkele meerkeuze-vraagjes, en daarna enkele opdrachten die je in DRAMA moet maken. Meestal zal je hier een C-programma (of de belangrijkste delen code eruit) krijgen, en dat moet je dan omzetten naar DRAMA. Voor de oefeningen-examens het je (bij ons was dat toch zo) ERG WEINIG tijd… Je moet hard doorwerken wil je alles gedaan krijgen binnen de tijd. Het zou misschien wel handig kunnen zijn om eerst de laatste vragen (die op het meeste aantal punten staan) op te lossen, en pas daarna na te denken over de meerkeuze-vraagjes. Dit verhindert dat je bij tijdsnood juist bezig zit aan die laatste grote vraag, en uiteindelijk daar niks meer van bakt, en zo een hele hoop punten verliest. Je mag je boek bij de oefeningen-examens gebruiken, maar reken er NIET op dat je tijd zal hebben om hierin nog dingen te gaan opzoeken.

De theorie-examens gaan over de boeken 2, 3 & 4. Hier is alles even belangrijk, en er kunnen vragen zijn over elk deel. Er is zo goed als 100% zeker een vraag over het deeltje van getallen dat zelfstudie is (bij ons toch). De andere vragen zijn meestal grote overzichtsvragen waarbij je een soort samenvatting of vergelijking of iets dergelijks van een groot stuk leerstof moet geven. Kijk voor concrete voorbeelden bij de examenvragen zelf. Je moet er vooral voor zorgen dat je erg gestructureerd antwoordt. Schrijf nooit hele stukken tekst, maar zet alles op papier in schematische vorm.

Zoals al eerder vermeld is het theorie-examen na de schriftelijke voorbereiding mondeling bij prof. De Decker zelf, en dan is het niet de bedoeling dat de prof. nog een hele verhandeling moet gaan lezen, maar dat hij snel ziet of je de structuur van de dingen doorhebt of niet. Dit is zowat het moeilijkste mondeling examen van het eerste jaar. Dit niet omwille van de leerstof, maar vooral omwille van de prof. die niks laat merken over het al dan niet goed zijn van je antwoorden. De prof. zal samen met u uw examen overlopen, soms vraagt hij om wat verdere uitleg bij een vraag (indien er nog niet alles stond wat hij wou zien), en meestal zal hij proberen je in verwarring te brengen. Het is hier van het grootste belang dat je 100% zelfzeker van je antwoorden bent, en deze te allen tijde verdedigt. Zelfs al twijfel je ergens aan, laat dit niet merken en ga 100% voor jouw antwoord. Hier en daar zal de prof. ook testen of je inzicht hebt in de zaken, en je ze niet louter letterlijk van de cursus naar je geheugen en van je geheugen naar het papier hebt gekopieerd. Let hier dus op voor de manier waarop je dit vak studeert.

Oefenzittingen

De oefenzittingen gaan enkel over het eerste hoofdstuk van SOCS. Hier wordt de DRAMA-taal geoefend voor de tussentijdse toetsen. Dit hoofdstuk hoeft niet gekend te zijn voor het examen MAAR de tussentijdse testen (maar 1 hoofdstuk dus!) tellen voor de helft mee.

2017-2018

2016-2017

  • Je hebt de DRAMA-simulator nodig om de .drama files te kunnen openen. Je gaat ze ook niet allemaal kunnen vertalen/compilen, maar dit is normaal. De opgaven zitten er ook bij.
  • Bestand:Oefenzittingen 2016-2017.zip

Tussentijdse testen

Professor De Decker doet tijdens de semester ook 2 toetsen, die meetellen voor respektievelijk 4 en 6 van de totale 20 punten. Deze gaan puur over het eerste boek (DRAMA dus). Het voordeel is wel dat je dat boek dan tegen de examens niet meer hoeft te kennen.

2016

Tussentijdse toets 1

  • Modeltoets die overlopen is tijdens de les. De vragen van de TTT kwamen grotendeels overeen met de vragen van de PPT.
  • Modeltoets 1

Tussentijdse toets 2

Test gelijkaardig aan TTT1. Stond op 75 punten. 23 punten op deel 1 (kleine meerkeuzevraagoefeningen). 14 op het schrijven van MACRO's. 38 op een grote vertaaloefening.


2017 - 2018

Misschien alles per jaar samenvoegen zodat het geen catastrofale ramp wordt

Bestand examenvragen + oplossingen

2016-2017

Woensdag 25/1, voormiddag

  1. Gegeven is een tekening van een logische schakeling (een memory cell met NEN-poorten). Wat is dit? Waarvoor wordt het gebruikt? Geef aan hoe de waarden in de schakeling veranderen.
  2. Wat is de binder? Waarvoor dient het? In welke stappen werkt de binder? Welke informatie heeft hij nodig en van wat krijgt hij die?
  3. Geef de verschillen tussen lijnschakelen, boodschapschakelen en pakketschakelen. Geef voor elks voor- en nadelen. Welke wordt gebruikt voor het Internet en waarom?
  4. Welke processortoestanden zijn er? Stel ze voor in een schema.
  5. a) Zet het getal 5.7 om naar binaire vorm met de vaste kommavoorstelling en de komma na de 5e bit. b) Welk getal stelt 01010110 voor met de komma na de 4e bit? c) Wat is de som van deze getallen? Hoe wordt deze binair berekend?

Maandag 28/8, voormiddag

  1. Wat is het verschil tussen SRAM en DRAM, teken een DRAM schakeling en leg uit hoe je schrijft en leest. Wat zijn de verschillen tussen SRAM en DRAM
  2. Leg de werking van de absolute lader uit en hoe wordt een lader in het geheugen geladen ?
  3. Leg uit en geef de diagram van de verschillende toestanden waarin de CPU in kan verkeren.
  4. Leg uit wat protocollen en gelaagd architectuur is.
  5. Zet 6.71 om in binair (met de vaste kommavoorstelling). Je krijgt dan nog een ander binair getal die je moet omzetten naar zijn decimale vorm. Bereken ook de som van deze twee getallen (in binair) en leg uit hoe je al deze dingen gedaan hebt.

Januari 2016

Vrijdag 15/1, voormiddag

  1. Geef de waarheidstabellen van de NEN en de NOF-poort. Maak een OF-poort van NEN-poorten.
  2. Wat is een speurprogramma, hoe werkt een breekpunt.
  3. Bespreek multiprogrammatie en het verband met time-sharing systemen.
  4. Ethernet: Geef het protocol en de voor- en nadelen.
  5. Bespreek de voorstelling van niet numerieke gegevens, geef twee voorbeelden (ASCII, UNICODE, EBCDIC).

Maandag 18/1, namiddag

  1. Wat zijn SRAM en DRAM? Wat zijn de voor- en nadelen van elk? Hoe wordt DRAM opgebouwd?
  2. Leg uit: supervisie-oproep. Geef enkele voorbeelden. Hoe werkt dit? Leg uit en geef aan wat in hardware en software gebeurt.
  3. Leg uit: relocerende lader. Hoe werkt deze? Welke informatie heeft deze nodig en van wie? Hoe wordt de lader ingeladen?
  4. Wat zijn de taken van de dataverbindingslaag? Hoe verwezenlijkt ze die? Wat is er mis met volgend protocol (C-programma over verzendbevestiging)
  5. 2-complementvoorstelling: zet in binair 98, -32 en voer bewerking uit: 98 - ( -32 ) = ?. Geef ook de tussenstappen.

Dinsdag 19/1, namiddag

  1. Bespreek de magneto-optische schijven. Hoe worden gegevens geschreven, gelezen en bijgehouden?
  2. Wat zijn de taken van het besturingssysteem (operating system)? Hoe kan een gebruikersprogramma een beroep doen op diensten van het besturingssysteem?
  3. Wat is binder? Welke informatie krijgt hij van de vertaler? Welke taken heeft de binder? Welke gegevensstrucutren creert de binder?
  4. Wat is de functie van de transportlaag ? Wat betekent TCP ? Hoe gebeurt bij TCP de adressering ? Beschrijf heel bondig wat er in dit protocol gebeurt.
  5. Bewegende kommavoorstelling in DRAMA, basis 1000, 10 decimalen per getal: 1 tekenbit (0=Pos, 1=Neg), 2 decimalen voor de exponent (in +50 verhoogde voorstelling), 7 decimalen voor de mantisse (komma staat voor het eerste cijfer).
    1. Wat is het bereik van deze voorstelling, duidt aan op een getallenas
    2. Bereken de som van volgende getallen volgend bovenstaande voorstelling. Voor de nodige stappen uit en verklaar wat je doet. Wat is de getalwaarde van het resultaat. (getallen onbekend)

Woensdag 20/1, voormiddag

  1. Wat zijn ROM geheugens, welke implementaties bestaan er, waarvoor worden ze gebruikt?
  2. Interrupts zijn onontbeerlijk in hedendaagse computersystemen, waarom? Welke soorten bestaan er? Hoe worden ze gerealiseerd? Beschrijf het mechanisme.
  3. Wat is een compilator? Wat zijn de taken van een compilator? Wat is een kruiscompilator? Hoe zou je een C compilator voor de Drama machine maken?
  4. Waarvoor dient de dataverbindingslaag? Welke taken heeft de dataverbindingslaag? Gegeven volgend protocol, kunnen er fouten voorkomen, welke worden tegengehouden? Pas het protocol aan (in woorden) zodat het foutloos is.
  5. Hoe worden niet numerieke gegevens voorgesteld? Bespreek kort twee voorbeelden die vandaag de dag gebruikt worden, en geef enkele eigenschappen.

Januari 2015

Donderdag 15/1, namiddag

  1. Harde schijf: fysische kenmerken, hoe wordt info opgeslagen, welke fasen zijn er bij het lezen met welke tijden (seeking time enzo).
  2. Absolute lader: Hoe werkt de absolute lader en hoe wordt zo'n lader in het geheugen laden?
  3. Directe geheugentoegang: Wat, waarom wordt dit toegepast, welke voordelen en nadelen (o.a. cycle stealing).
  4. Netwerklaag: Welke functie, welke diensten biedt het aan, welke taken vervult het en welke informatie heeft deze daarvoor nodig.
  5. Optellen: Teken een halve en hele opteller. Toon hoe met deze basiscomponenten gehele binaire getallen in 2-complement opgeteld kunnen worden.

Vrijdag 16/1, voormiddag

  1. Uitleggen van pipeline.
  2. Dynamische relocatie.
  3. Vraag i.v.m. geprivilligeerde bevelen.
  4. Hoe werken domeinnamen.
  5. Leg uit: Schakelschema van de vermenigvuldiging.

Vrijdag 16/1, namiddag

  1. Voorgeheugen (cache memory): wat, waarom, formules kost en performantie
  2. Vertolker: Wat, voor/nadelen, toepassingen
  3. Directe geheugentoegang: waarbij, wat, waarom
  4. 1 bit protocol: Uitleg + satelliet: aanpassingen
  5. Verschillende voorstellingswijzen getallen, hun bereik & -147 voorstellen.

Dinsdag 20/1, voormiddag

  1. Leg uit: ROM.
  2. Leg uit: PO.
  3. Wat is de dataverbindingslaag en waarvoor is ze verantwoordelijk en hoe doet ze dit.
  4. Geef de verschillende voorstellingswijzen voor letters/symbolen en bespreek.
  5. Hoe werkt de compiler, volledige uitleg

Dinsdag 20/1, namiddag

  1. DRAM vs SRAM: verschillen geven + uitleggen DRAM
  2. Leg uit: de relocerende lader
  3. Leg uit: supervisie-oproep
  4. Bespreek datalinklaag + wat kan beter aan het protocol in gegeven voorbeeld
  5. 2-complementvoorstelling: zet in binair 93, -22 en voer bewerking uit: 93 - ( -22 ) = ?. Geef ook de tussenstappen.

Januari 2014

Donderdag 16/1, voormiddag

  1. Wat is pipelining? Welke invloed op de processor? Wat zijn mogelijke problemen en hoe kan men ze oplossen?
  2. Wat is de binder? Wat is zijn taak? Welke stappen voert hij daarbij uit? Welke informatie nodig en van wie krijgt hij die?
  3. Wat is een Supervisie-oproep? Is hij essentieel voor de PC? Geef een schema met wat er gebeurt en duidt aan wat er gedaaan wordt door de software en wat door de hardware. Kan je enkele voorbeelden geven?
  4. Wat is het 1-bit vensterprotocol? Leg uit in woorden (code niet kennen). Is deze verbinding geschikt voor satelliet-communicatie? Wat is het probleem en hoe kan men het oplossen? (Met verschillende gegevens zoals snelheid van de bits enz. gegeven)
  5. Geef het schakelschema van een opteller en een halve opteller. Kan je hiermee een optelschakeling maken voor 2 gehele n-bit getallen?

Vrijdag 17/1, namiddag

  1. Wat zijn NEN- en NOF-poorten? Geef de gedragstabellen. Waarom zijn ze zo belangrijk en hoe kunnen we ze technisch realiseren (met behulp van transistoren). Toon aan hoe je een EN-poort realiseert met enkel NOF-poorten.
  2. Wat is een assembleerprogramma? Beschrijf bondig hoe de vertaler voor de DRAMA-machine werkt. Stel de relocatietabel op voor onderstaand DRAMA-programma. Waarvoor dient ze?
  3. Schets de 7 lagen van het OSI-model. Geef in een aantal woorden aan waarvoor elke laag dient. Langs welke lagen passeert een boodschap die van computersysteem A naar computersysteem B gaat (via schakelaars S1 en S2)?
  4. Welke processortoestanden zijn er aanwezig op de DRAMA-machine? Hoe gaan we van de ene toestand in de andere over en wat zijn de redenen daarvoor (maak een diagramma).
  5. Geef 127 en -33 in binaire getalvoorstelling van 12 bits (met 2-complement). Voer volgende berekening uit: 127 - (-33).

Dinsdag 21/1, namiddag

  1. Wat is voorgeheugen (cached memory)? Hoe werkt voorgeheugen? Waarmee houdt een ontwerper van voorgeheugen rekening? Is een voorgeheugen een onnodige meerkost (Toon dit aan met cijfers)?
    1. Bijvraag: Korte beschrijving over verschillende soorten voorgeheugens.
  2. Wat is de functie van de netwerklaag? Welke diensten? Welke taken? Welke informatie moet deze krijgen?
  3. gegeven: schakeling binaire vermenigvuldiger voor natuurlijke getallen. Hoeveel stappen maakt deze? Waar bevindt de uitkomst zich? Wat gebeurt er tijdens elke stap?
  4. Wat is de absolute lader? Hoe werkt deze? Hoe wordt lader zelf ingeladen?
    1. Bijvraag: Welke andere laders zijn er ? Hoe werken deze?
  5. Wat wordt er bedoeld met directe geheugentoegang? Waarom wordt dit gebruikt? Hoe werkt dit?

Woensdag 22/1, voormiddag

  1. Wat is ROM (niet CD-ROM)? Welke implementaties zijn er, welke toepassingen zijn er?
  2. Wat is/wat doet een relocerende lader? Hoe gaat een relocerende lader te werk? Welke informatie heeft de lader hiervoor nodig en van waar krijgt hij die?
  3. Bespreek de functie van de transportlaag? Wat is TCP? Leg kort uit wat TCP doet? Welk alternatief voor TCP ken je?
  4. Wat zijn gepriviligiëerde bevelen? Waarom zijn bepaalde bevelen gepriviligieerd? Hoe moet de processor aangepast worden om zulke bevelen te kunnen implementeren? Waarom is het zinloos om gepriviligiëerde bevelen te implementeren als er geen geheugenbescherming voorzien is?
  5. Bewegende kommavoorstelling in DRAMA, basis 1000, 10 decimalen per getal: 1 tekenbit (0=Pos, 1=Neg), 2 decimalen voor de exponent (in +50 verhoogde voorstelling), 7 decimalen voor de mantisse (komma staat voor het eerste cijfer).
    1. Wat is het bereik van deze voorstelling, duidt aan op een getallenas
      1. Bijvraag: kunnen alle getallen in dit bereik voorgeteld worden?
    2. Bereken de som van volgende getallen volgend bovenstaande voorstelling. Voor de nodige stappen uit en verklaar wat je doet. Wat is de getalwaarde van het resultaat.

januari 2013

Vrijdag 18/01, voormiddag

  1. Wat zijn de NEN en de NOF poorten? Waarom zijn ze zo belangrijk. Geef de gedragstabel van de NEN en de NOF poorten. Maak een OF poort met alleen maar NEN poorten.
  2. Wat is een speurprogramma. Hoe werkt het. Wat zijn breekpunten. Hoe worden die breekpunten geïmplementeerd.
  3. Wat is multiprogramatie. Geef een duidelijk voorbeeld van multiprogramatie. Wat is het verband met een time-sharing systeem?
  4. Welke structuur heeft ethernet. Beschrijf het protocol. Geef enkele voor en nadelen.
  5. Op welke manier worden niet numerieke gegevens voorgesteld in de computer. Welke drie voorstellingswijzen hebben wij gezien. Geef enkele kenmerken van deze voorstellingswijzen.

Januari 2012

Donderdag 19/01/2012 voormiddag

  1. Wat is ROM (niet CD-ROM)? Wat zijn de implementaties? Toepassingen?
  2. Wat is de absolute lader? Werking? Hoe word deze in het geheugen geladen?
    1. Bijvraag: Is er een andere soort lader? Hoe werkt deze?
  3. Waarom zijn programma-onderbrekingen belangrijk? Werking? Welke soorten bestaan er?
  4. Wat is de functie van de transportlaag? Wat is TCP? Leg bondig het protocol uit. Wat is de tegenhanger van TCP?
  5. Wat zijn de mogelijkheden om binaire gehele getallen in de computer voor te stellen? Pas deze toe op -133 (10-bits voorstelling). Zijn de bewerkingen makkelijk?

19/01 namiddag

  1. Geef de gedragstabellen van de NEN- en de NOF-poort. Geef van de NOF-poort ook de schakeling (met transistors enzo). Waarom zijn deze 2 poorten zo belangrijk? Toon dat aan voor de NOF-poort.
  2. Beschrijf bondig de werking van de voorvertaler indien er enkel de MACRO- en MCREINDE-directieven zijn. Hoe moeten we de voorvertaler uitbreiden indien we het MEVA-directief toevoegen?
  3. Wat is multiprogrammeren? Waarom is het belangrijk? Toon dat aan met een voorbeeld. Wat is het verband met time-sharing systemen?
  4. Wat zijn de taken van de dataverbindingslaag? Dan is het algoritme in C gegeven van het tweede protocol (met toelatingspakketten): Kan de laag met dit protocol fouten aanpakken? Leg uit in woorden wat aangepast moet worden.
  5. Gegeven: bewegende-kommavoorstelling in DRAMA met b = 1000, 1 tekencijfer (0 = positief en 1 = negatief) voor mantisse, 2 cijfers voor exponent (+50-notatie) en 7 cijfers voor mantisse. De komma staat voor het eerste cijfer.
    1. Wat is het bereik in deze notatie? Duid aan op een reële-getallen-as.
    2. Wat verandert er wanneer de basis groter of kleiner wordt?
    3. Gegeven zijn 2 getallen in deze notatie. Geef de stappen om deze getallen op te tellen en geef het resultaat in getalwaarde. Is dit resultaat volledig correct? (als ik het me goed herinner waren de getallen: 1450019555 + 0445555555 = ?)

Echte bijvragen waren er niet, hij vroeg telkens om het antwoord verder uit te leggen, of wat er precies gebeurde.

Vrijdag 20/01, namiddag

  1. Cache memory (voorgeheugens): Wat? Hoe werkt het? Welke ontwerpkeuzen moet men maken? Hoeveel invloed op prestaties en kostprijs (en staven met cijfers)?
  2. Vertolker: Wat? Hoe werkt het? Welke voor- en nadelen? Toepassingen?
  3. Welke taken biedt een besturingssysteem aan? Hoe kan de gebruiker hier een beroep op doen?
  4. Dataverbindingslaag: Wat is het 1-bit vensterprotocol (beschrijven in woorden)? Welke aanpassingen zijn nodig voor satellietverbindingen (cijfers uitrekenen: je krijgt de gegevens die ook in het boek staan bv. 36000 km, pakketgrootte 1000 bytes, ...)?
  5. Bewegende komma-voorstelling in DRAMA (gegeven basis 100, ...): Bereik aanduiden op getallenas? Invloed basis? Twee getallen optellen. (dit mag worden aangevuld met concrete cijfers als iemand die heeft)

Vrijdag 27/01, voormiddag

  1. Wat zijn CD-R en CD-RW, wat zijn hun voornaamste kenmerken?
  2. Wat is een compilator, wat is een kruiscompilator, hoe zou je te werk gaan om een C-compilator voor een dramamachine te maken?
  3. Wat zijn gepriviligeerde bevelen, hoe moeten we de processor aanpassen om deze te implementeren?
  4. Wat zijn domeinnamen? Wat is hun structuur? Hoe zet je domeinnamen om naar een IP? Pas toe voor www.dexia.fr
  5. 2-complementsvorm, 10-bit: Zet -77 en 47 om, maak de bewerking -77 - 47, wat zijn de toegepaste rekenregels? Wat is het hoogste en laagst mogelijke getal?

Januari 2011

voormiddag (20/01)

  1. Wat is ROM(niet CD-ROM)? Welke soorten +toeppassingen
    1. Bijvraag: ROM in pc waarvoor dient het?
  2. Wat is een absolute lader, beschrijf de werking. Hoe wordt de lader in het geheugen geladen?
    1. Bijvraag: wat is relocerende lader?
  3. Waarom zijn PO's belangrijk, beschrijf het verloop. Welke soorten PO's zijn er?
    1. Bijvraag1: geprogrammeerde PO's, wat zijn dat en waarom zijn ze er (ipv SBR)
    2. Bijvraag2: geef een voorbeeld van een (zegt een soort) programma onderbreking.
  4. Netwerken: wat is gelaagde architectuur en protocols? Geef een vb.
    1. Bijvraag: hoeveel lagen in het Internet? Waarom zijn er zoveel lagen nodig?
  5. Gehele negatieve getallen, welke voorstelling hebben wij hiervoor gezien, bespreek ze en zet -177 om naar die voorstellingen (10 bits voorstelling)
    1. Bijvraag: hoe kom je tot je uitkomst (omzettings algoritme uitleggen)

namiddag (20/01)

  1. Wat is CD-R & CD-RW? Geef de voornaamste kenmerken. Hoe word informatie op een dergelijke CD bijgehouden? Zijn het betrouwbare media?
  2. Wat is een voorvertaler? Welke functie heeft dit programma? Leg bondig de werking van de voorvertaler uit indien er alleen MACRO en MCREINDE directieven zijn. Geef ook aan hoe de voorvertaler aangepast moest worden indien we macrotaal uitbreiden met een MSPR - directief
  3. Wat is multiprogrammatie? Waarom werd dit ingevoerd? Geef een voorbeeldje waarin dit duidelijk tot uiting komt. Wat is het verband met een timesharing systeem?
  4. Wat is de functie van de dataverbindingslaag? hoe worden de taken gerealiseerd?
    1. Bijvraag: Over protocols van zender & ontvanger in C
  5. Zij gegeven de volgende Bewegende-komma getallenvoorstelling: b = 10; 1e cijfer = teken mantisse (0 = positief, 1 = negatief); volgende 2 cijfers = exponent in +50 notatie; laatste 7 = absolute waarde van de mantisse, decimale punt vooraan
    1. Wat is het getallenbereik? Duid aan op de reële as.
    2. Wat is het resultaat van het verschil van de volgende 2 getallen? 0539934500 - 1517654321
    3. Voer de verschillende stappen uit die nodig zijn. Welke getalwaarde komt overeen met het resultaat?

namiddag (21/01)

  1. Leg uit waaruit magneetschijven bestaan. Hoe wordt data opgeslagen? Zijn er varianten? Leg gedetailleerd uit hoe data gelezen wordt.
  2. Wat is een speurprogramma (debugger)? Wat zijn breekpunten? Hoe kunnen deze mogelijk geïmplementeerd worden?
  3. Welke processortoestanden kent de Drama-machine? Wat is hun praktisch nut? Geef aan de hand van een diagram de mogelijke onderlinge overgangen weer.
  4. Bespreek de transportlaag. Wat is TCP? Leg het verloop van een verbinding via TCP uit.
  5. Mantisse = 7 cijfers, exponent is in +50-notatie (onderlijnd), eerste bit is een tekenbit. Welk bereik heeft deze notatie? Hoeveel is 1490010000 - 1489999995? Leg stap voor stap uit.

Januari 2010

14/01 09:00

  1. Leg uit wat ROM is, welke zijn de soorten? Waar wordt het toegepast?
  2. Leg uit wat een absolute lader is en hoe hij werkt. Hoe wordt hijzelf in het geheugen geladen?
  3. Leg uit wat programma-onderbrekingen zijn en wat het nut hiervan is. Hoe werken ze en wat zijn de soorten?
  4. Leg uit wat de netwerklaag is, en bespreek TCP, wat is het protocol hiervoor?
  5. Bespreek de voorstelling van de gehele getallen in een computer. Geef voor elke methode de voorstelling van -143 in een getal van 10 bits. Bespreek de methoden en vergelijk ze onderling.

15/01 08:00 // 13:00 // 14:00

  1. Wat betekent DRAM en SRAM? Wat zijn de belangrijkste verschillen? Beschrijf bondig hoe DRAM gerealiseerd wordt: geef de schakeling, hoe wordt er gelezen en geschreven?
  2. Wat is een assembleerprogramma (vertaler/assembler)? Beschrijf bondig de werking van de Drama-vertaler.
    1. Stel de relocatietabel op van een gegeven stukje Drama-code.
    2. Waartoe dient deze tabel?
  3. Wat verstaat men onder directe geheugentoegang (direct memory access)? Waarom wordt deze techniek toegepast? Leg deze techniek uit.
  4. Ethernet is de populaire merknaam voor een lokaal netwerk. Hoe ziet het netwerk er fysisch uit? Beshcrijf bondig het werkingsprincipe (de verschillende regels waaraan de zender zich moet houden). Welke goede en minder goede eigenschappen heeft dit netwerk?
  5. Indien getallen met 8 bits worden voorgesteld en indien negatieve gehele getallen in 2-complement worden voorgesteld, hoe worden dan de volgende getallen voorgesteld? (-76 en 43)
    1. Wat is het grootste positieve en het kleinste negatieve getal dat je dan kan voorstellen?
    2. Hoe wordt met deze getallenvoorstelling gerekend? Wat is het resultaat van het verschil van de vorige twee getallen (-76 - 43 = ?) Geef de rekenregels.

2009

Reeks 1: 19 januari

Van elk hoofdstuk 1 vraag op 4 punten

  1. Wat zijn magneetschijven? Hoe werken ze? Hoe wordt data erop voorgesteld? Hoe verloopt het lezen en schrijven?
    1. bijvraag: iets over de zoektijd en nog wat tijden die bij harde schijven horen.
  2. Wat is het speurprogramma (debugger). Wat is de werking? Hoe worden breekpunten geïmplementeerd?
  3. Welke processortoestanden zijn er? Teken een diagram en verduidelijk. Wat is het nut?
  4. Waarom spreekt men van gelaagde architectuur en protocols? leg uit met een eenvoudig voorbeeld.
    1. bijvraag: wat is het voordeel van gelaagde architectuur?
  5. Geef de schakeling van de Halve Opteller en de Hele Opteller (resp. 2 en 3 bits optellen). Geef ook de schakeling om 2-n-bit getallen (in 2-complementsvoorstelling) op te tellen.

september voormiddag

  1. Wat wordt bedoeld met een pijplijn (pipeline) in een processor,Welke invloed heeft dit concept op de performance?Welke problemen moeten er opgelost worden?
  2. Wat is een binder? Waartoe dient dit programma? Beschrijf bondig de taken die de binder moet uitvoeren. Welke informatie moet de binder van de vertaler krijgen? Welke gegevensstructuren heeft de binder nodig om zijn taak tot een goed einde te brengen?
  3. Vergelijk geprogrammeerde in en uitvoer met de in en uitvoer met behulp van programma-onderbrekingen. Wat kan je zeggen over de performance?
  4. Wat is de functie van de netwerklaag? Welke diensten biedt ze aan en welke taken neemt ze op zich? Welke informatie heeft ze nodig om deze taken te realiseren.
  5. Indien getallen met 10 bits worden voorgesteld en indien negatieve gehele getallen in complement worden voorgesteld, hoe worden dan de vlg getallen voorgesteld?
    1. -126
    2. 37
    3. Getallenbereik
    4. Hoe wordt 0 voorgesteld:
    5. -127-37
    6. Rekenregels:

september 13u/14u

  1. Voorgeheugen: werking, welke opties tot ontwerp heeft de programmeur, is er kostenverlies (toon aan), ...?
  2. Vertolker: Wat is het? Leg bondig de werking uit en bespreek de nadelen, voordelen en toepassingen.
  3. Multiprogrammatie en welke factor speelt time-sharing hierin? Geef ook een voorbeeld.
  4. Bespreek het 1-bit-vensterprotocol. Bovendien worden er enkele data gegeven over pakket-transport bij satellieten, hier moet je dan enkele snelheden met berekenen. Verklaar ook welk probleem het 1-bit-vensterprotocol geeft bij satellieten, plus een eventuele aanpassing om dit probleem te verhelpen.
  5. Een vraag over de voorstelling van de 50+ notatie in DRAMA; bereken bereik (m.b.v. gegeven basis) en reële getallen-as. Ook werd de som gevraagd van 2 getallen, A zijnde een negatief getal met basis 1000 en exp. 3, en B zijnde een positief getal met (uiteraard) basis 1000 en exp. 4 (leg ook stapsgewijs uit)

2008

januari 1

Van elk hoofdstuk 1 vraag op 4 punten

  1. Wat is ROM? Waarvoor wordt het gebruikt? Welke versies zijn er van?
  2. Wat is een absolute lader? Hoe werkt hij? Hoe geraakt de lader in het geheugen?
  3. Hoe werkt een PO? Welke soorten PO zijn er? Waarom is een PO belangrijk in een moderne computer?
  4. Leg uit: Gelaagd netwerk? Protocols? Geef een eenvoudig voorbeeld.
    1. Bijvraag:Wat is een dienst?
  5. Hoe wordt -177 voorgesteld in verschillende voorstellingsmethodes? Zijn bewerkingen met de verschillende voorstellingswijzen even moeilijk?
    1. Bijvraag: Geef een toepassing voor de verhoogde komma-voorstelling?
    2. Met welke voorstellingsmethode is het het makkelijkste rekenen?

januari 2

Van elk hoofdstuk 1 vraag op 4 punten

  1. Wat zijn magneetschijven? Hoe werken ze? Hoe wordt data erop voorgesteld? Hoe verloopt het lezen en schrijven?
    1. bijvraag: Wat is het verschil tussen lezen en schrijven bij harde en zachte magneetschijven (hiermee bedoelde hij het al dan niet voortdurend draaien van de schijven)
  2. Welke processortoestanden zijn er?
    1. bijvraag: Wat zijn geprivigileerde bevelen?
  3. Wat zijn de taken van de transportlaag?
    1. bijvraag: leg de protocollen uit.
    2. bijvraag: waarom hier ook flow-control?
  4. Leg uit: relocatie?
  5. Gegeven zijn een basis, mantisse en een voorstellingswijze (voorteken), voer hiermee een aantal bewerkingen uit.Leg uit hoe de aftrekking in dit geval in zijn werk gaat, voer deze uit met deze 2 getallen. (bij deze vraag opletten op de grootte van de basis ! )

januari 3

Van elk hoofdstuk 1 vraag op 4 punten

  1. Vroeger werden magneetbanden vaak gebruikt. Nu worden ze vaak vervangen door magneetbandcassettes. Beschrijf de werking, toepassingen, varianten van magneetbandcassettes.
  2. Wat is de binder? Beschrijf zijn taken. Welke informatie krijgt de binder van de vertaler? Welke gegevensstructuren heeft de binder nodig om zijn taak te kunnen uitvoeren?
  3. Bespreek "geprogrammeerde in/uitvoer" en "in/uitvoer mbv programma-onderbrekingen". Wat kan je zeggen over de performantie?
  4. Wat is het verschil tussen lijnschakelen,boodschapschakelen en pakketschakelen?
  5. We stellen getallen voor door 10 bits. Niet-gehele getallen worden in 2-complementsvoorstelling genoteerd. Wat is dan de voorstelling van -113 en 57? Wat is het getalbereik(2-complementsvoorstelling)? Hoe wordt nul voorgesteld? Hoe wordt met deze voorstelling gerekend? Bereken het verschil: -113 - 57.

augustus 1

Van elk hoofdstuk 1 vraag op 4 punten

  1. Wat betekent SRAM en DRAM? Wat zijn de belangrijkste verschillen? Hoe wordt DRAM gerealiseerd? Geef ook de schakeling. (Let op, er wordt NIET gevraagd naar de schakeling van SRAM)
    1. bijvraag: Waarom wordt de benaming statisch en dynamisch gebruikt?
    2. bijvraag: Waar wordt SRAM in hedendaagse computers vooral gebruikt?
  2. Wat is een assembleertaal? (vertaler/assembler). Beschrijf bondig de werking van de DRAMA-vertaler. (Je krijgt ook een klein DRAMA-programma en een tabel, en in die tabel moet je de inhoud van de relocatietabel na vertaling invullen)
  3. Wat is directe geheugentoegan (Direct Memory Access)? Waarom wordt het gebruikt? Hoe werkt het?
    1. bijvraag: Geef een voorbeeld van een randapparaat dat directe geheugentoegang toepast.
  4. Wat is ethernet? Hoe ziet het er fysisch uit? Beschrijf de werking ervan (De regels die gebruikt worden om ethernet te realiseren).
    1. bijvraag: Bij ethernet moeten alle pakketten een minimale grootte hebben, waarom is dit zo?
  5. Je moet de getallen -66 en 33 voorstelling in 2-complementsvoorstelling (met 8 bits). Het grootste positieve getal en het kleinst negatieve getal die in 2-complementsvoorstelling met 8 bits kunnen worden voorgesteld geven. Het verschil van deze getallen en het verschil van 33 en -66 geven. En de rekenregels van 2-complementsvoorstelling moet je beschrijven.

augustus 2

Van elk hoofdstuk 1 vraag op 4 punten (is niet compleet, aanvullingen zijn welkom)

  1. Wat is pipelining? Welke problemen kunnen er bij opduiken?
  2. Leg de werking van de voorvertaler uit. Wat moet er veranderd worden als MEVA's worden toegevoegd?
  3. Wat is multiprogramming? Hoe wordt dit bij een timesharing systeem gebruikt?
  4. Welke functie heeft de dataverbindingslaag? Je krijgt een algoritme en je moet zeggen wat dit algoritme wel of niet doet (fouten, overflow vermijden).
  5. Een vraag over getallen. (Ik heb dit examen niet zelf gehad, maar van iemand anders horen zeggen wat de vragen ongeveer waren, getallen weet ik niet meer wat het was)

2007

Examen 1

Van elk hoofdstuk 1 vraag van 4 punten

  1. Wat is CD-R en CD-RW? Kenmerken? Hoe wordt de informatie bijgehouden? Zijn ze betrouwbaar?
  2. Wat is de voorvertaler? Wat is zijn functie? Hoe werkt de voorvertaler als er enkel MACRO en MACRO-EINDE directieven zijn? Wat moet er veranderen als ook het MEVA directief toegelaten wordt?
  3. Vergelijk geprogrammeerde in- en uitvoer met in-en uitvoer met behulp van programma-onderbrekingen. Wat kan je zeggen over de performantie?
  4. Schets de 7 lagen van het OSI-model en bespreek kort de functie van iedere laag. Welke weg legt een boodschap af van computer A naar computer B over 2 schakelaars?
  5. Hoe stelt men niet-numerieke gegevens voor? Geef de 3 standaarden met enkele kenmerken.

Examen 1

Van elk hoofdstuk 1 vraag op 4 punten.

  1. Wat is een voorgeheugen? Hoe werkt het? Welke keuzemogelijkheden heeft de ontwerper om een voorgeheugen te implementeren? Welke invloed heeft een voorgeheugen op de performantie van het systeem? Maakt een voorgeheugen het computersysteem niet nodeloos duurder? Toon aan.
  2. Wat is een vertolker? Geef bondig de werking van het programma. Wat zijn de voor- en nadelen van een vertolker? Geef enkele typische toepassingen van een vertolker.
  3. Wat zijn de taken van het besturingssysteem (operating system)? Hoe kan een gebruikersprogramma een beroep doen op diensten van het besturingssysteem?
  4. Wat is de functie van de dataverbindingslaag? Hoe worden de taken gerealiseerd? Gegeven: code voor zender en ontvanger. Worden er met dit protocol fouten opgevangen? Welke wel en welke niet? Toon aan met een tekening. Geef in woorden de aanpassingen ter verbetering.
  5. Hoe worden niet-numerieke gegevens voorgesteld in een computer? Benoem 3 standaarden die momenteel gebruikt worden en geef enkele kenmerken.

2006

Examen 1

Van elk hoofdstuk 1 vraag van 4 punten

  1. Bespreek de magneto-optische schijven. Hoe worden gegevens geschreven, gelezen en bijgehouden?
  2. Wat is dynamische relocatie? Bespreek grondig. Wat voor aanpassingen vereist dit aan de lader en vertaler?
  3. Wat bedoelt men als een programma een supervisie-oproep doet? Is dit aangewezen bij de huidige computersystemen? Beschrijf wat er gebeurt en maak duidelijk wat door de software en wat door de hardware gedaan wordt. Geef ook nog enkele voorbeelden van een supervisie-oproep.
  4. Wat zijn domeinnamen? Hoe worden ze beheerd, en leg dit uit adhv het voorbeeld www.bedrijf.com. Kan je een scenario bedenken waarbij dit proces fout afloopt?
  5. Geef de schakelschema’s van een halve en een hele opteller. Toon aan hoe je met die twee schakelaars de som kan berekenen van 2^n-complementsgetallen.

juni 1

vijf vragen, telkens op 4 punten

  1. Magneetschijven: bespreek de fysieke kenmerken, hoe wordt informatie opgeslagen en hoe wordt informatie gelezen?
    • bijvragen als : geef eens een voorbeeld van hoe snel zo'n magnetische schijf draait en waarom mag een harde schijf niet luchtledig verpakt worden?
  2. Debugger: wat is het en beschrijf de werking. Wat is een breekpunt en hoe wordt het door de debugger geimplementeerd?
  3. Geef de drama-machine toestanden (halt, uitvoer, supervisie...) beschrijf de toestanden, teken een diagram hoe en wanneer ze in elkaar overgaan, en geef het nut ervan.
  4. Wat is de transportlaag, wat is de functie ervan? Wat is TCP en hoe werkt het?
  5. Je krijgt een getal met exponent zo, en enkele kenmerken, en dan moet je het bereik van die getalvoorstelling geven, en dan twee van die getallen aftrekken.

juni 2

Vijf vragen, telkens 4 punten

  1. Wat zijn rom geheugens? Welke soorten, toepassingen?
  2. Wat is een absolute lader. Geef de werking.
  3. Wat zijn programma onderbrekingen. Hoe werkt het, waarvoor/waardoor worden ze gebruikt.
  4. Wat wordt bedoelt met "netwerken hebben een gelaagde structuur". Wat is een protocol.
  5. Hoe kan je in een computer negatieve (gehele, dacht ik) getallen voorstellen. Neem als voorbeeld -297 (neem aan dat je het moet voorstellen met 10 bits).

(dat waren zover ik me herinneren de vragen zo'n beetje. correct if wrong pls)

juni 3

Van elk hoofdstuk 1 vraag van 4 punten

  1. Leg de verschillen tss SRAM en DRAM uit? geef de schakeling van DRAM? Waarvoor worden ze gebruikt?,...
  2. Wat doet een vertaler? Leg ook uit hoe dit zit bij DRAMA
  3. Leg DMA uit
  4. Leg ethernet uit
  5. Zet een paar getallen om in de 2de complements-weergave, en bewerkingen met die getallen doen.

Pas op met de mondelinge verdediging!! hij slaagt er idd in om u al uw geschreven antwoorden tijdens de mondelinge verdediging te doen ontkennen.

Onbekend jaar

Examen 1

  1. Bespreek de werking van transistorgeheugens als SRAM en DRAM.
    1. Bijvraag: vergelijk kostprijs en snelheid
  2. Bij macro's kan een $ETIKET zowel binnen als buiten de macro-definitie worden gedefinieerd. Bespreek hoe dit verwerkt wordt door de macro-voorvertaler.
    1. Bijvraag: wat als een lokaal en een globaal etiket dezelfde naam hebben? -> in of uit macro's springen mag niet
  3. In welke toestanden kan de processor zich bevinden? Waarom zijn deze toestanden ingevoerd?
  4. Bespreek de werking van Ethernet. Hoe bepaalt men wanneer een aangesloten computersysteem informatie mag uitsturen? Waarom is er een beperking op de pakketgrootte? Kan men de snelheid van 10 naar 100 Mbps verhogen zonder verdere aanpassingen?

Kleine vraagjes (hier mag je even over nadenken terwijl hij de schriftelijke voorbereiding doorneemt)

  1. Hoe definieert men geheugendebiet?
    1. Bijvraag: is dit de enige maat voor de snelheid van geheugen?
  2. Wat betekent "cyclus diefstal" in de context van invoer en uitvoer?
  3. Wat is normalisatie bij vlottende komma-voorstelling?
    1. Bijvraag: Waarom normaliseert men?
  4. Wat is het OSI-referentiemodel
    1. Bijvraag: wat doet de presentatielaag?


Examen 2

  1. Geef een overzicht van de verschillende technieken die kunnen gebruikt worden om de snelheid van een computer op te drijven. De beschrijving van iedere techniek afzonderlijk mag beknopt zijn.
  2. In een programma dat verwerkt wordt door een macro-voorvertaler mogen zowel lokale als globale voorvertaler-variabelen gebruikt worden. Geef aan hoe deze variabelen in een voorvertaler verwerkt worden.
  3. Wat zijn programma-onderbrekingen? Waartoe dienen ze? Wat is het onderschied tussen het "uitstellen van een programma-onderbreking" en het "negeren van een aanvraag tot een programma-onderbreking"? Waarom zijn er prioriteiten verbonden met programma -onderbrekingen?
  4. Een computerconstructeur stelt een nieuw type computer voor met een nieuwe 'vlottende komma' of bewegende komma' voorstelling. Welke kenmerken van deze voorstelling wil je in zijn documentatie terugvinden, in dien je deze nieuwe voorstelling moet evalueren? geef telkens een omschrijving van het kenmerk en waarom het belangrijk is.

Bijvragen:

  1. Wat is het verschil tussen statisch geheugen en dynamisch geheugen?
  2. Geef het onderscheid tussen een vertaler en een vertolker.
  3. Leg uit: DMA
  4. Wat is een internet?
  5. wat zijn de voornaamste verschillen tussen lijnschakelen en boodschapschakelen


Examen 3

  1. Magneetschijven: Geef fysische kenmerken. Hoe werken ze? Zijn er varianten? Welke stappen bij het lezen?
  2. Wat is een binder? Wat zijn de taken en beschrijf de werking? Illustreer met een klein, doch relevant voorbeeld.
  3. Wat is de taak van de dataverbindingslaag? Geef een protocol dat stroombeheersing en fouten aankan.
  4. Geef de genormaliseerde som van volgende twee getallen in vlottende-kommavoorstelling.
1 100011011000001
1 100100011010000 
waarbij b = 2; eerste bit = tekenbit; exponent van 7 bits in 2A6 voorstelling;
mantisse in absolute waarde met 8 bits;
komma vlak voor eerste bit van de mantisse. 

Geef ook de decimale waarde van het resultaat.

Oplossing vraag:
1 1001001 10000000 = -2A8

Bijvragen

  1. Wat versta je onder indirecte adressering?
  2. Wat is geheugenspreiding?
  3. Wat betekent "actief wachten" i.v.m. in- en uitvoer?
  4. Wat zijn gepriviligeerde bevelen?
  5. Wat zijn domeinnamen en waarom zijn ze nuttig?

Examen 4

  1. wat zijn voorgeheugens? bespreek de werking, waarom worden ze in zoveel computers toegepast?
  2. als een constructeur van een computer een vlottende komma voorstelling voorziet, waar moet je dan op letten?
  3. wat zijn protocols? waarom zijn er verschillende? geef een voorbeeld van interactie tussen protocols. wat is een referentiemodel?

Zonder schriftelijke voorbereiding

  1. wat zijn macro's?
  2. wat is hoge orde geheugenspreiding, wat is lage orde geheugenspreiding?
  3. wat is een relocerende lader?
  4. beschrijf het verschil tussen boodschap- en lijnschakelen
  5. wat is DMA?


Examen 5

  1. Wat is een vertaler? Leg de werking van de DRAMA-vertaler uit en illustreer aan de hand van een voorbeeld. Hoe wordt het afzonderlijk vertalen ondersteund?
  2. In welke verschillende toestanden kan een processor of CVE zich bevinden? Welke overgangen zijn er mogelijk? Waarom is dit ingevoerd?
  3. Wat is de functie van de datalinklaag? Geef een protocol dat stroombeheersing en foutcorrectie ondersteund.

Kleine vraagjes

  1. nut voorwaardelijke macro-opbouw-
  2. wat is geheugendebiet
  3. waarom domein-namen ingevoerd
  4. geheugendebiet
  5. cyclusdiefstal


Examen 6

  1. Wat zijn voorgeheugens, waarvoor dienen ze.
  2. Wordt de vertaler complexer door binding? Zou directe relocatie hier iets aan kunnen verhelpen?
  3. Werking van Ethernet, geef het algoritme opdat een computer een pakket zou kunnen versturen. Zou er iets gewijzigd moeten worden indien we overstappen van 10Mb ethernet naar 100Mb
  4. Heeft een besturingsprogramma extra nut? Geef de taken van het besturingsprogramma.
  5. Wat is 2-complement, geef het 2-complement van -53 met 10 bits, hoe kun je met deze getallen rekenen (vermenigvuldigen, optellen)

Mondeling:

  1. DMA
  2. verschil vaste komma, drijvende komma
  3. busarbitrage
  4. Wat is een breekpunt

2001

Examen 1

  1. [5 ptn] Wat is een voorgeheugen (cache memory) ? Hoe werkt het ? Over welke keuzemogelijkheden beschikt de ontwerper van een voorgeheugen ? Welke invloed heeft het voorgeheugen op de performantie van het systeem ? Wordt een computersysteem niet nodeloos duurder gemaakt ? Toon aan. (2 pag)
  2. [4 ptn] Wat betekent dynamische relocatie ? Leg bondig het mechanisme uit. Welke invloeg heeft dit op de vertaler en de lader ? (1 pag)
  3. [3 ptn] Wat is multiprogrammatie ? Waarom werd dit ingevoerd ? Geef een voorbeeldje waarin dit duidelijk tot uiting komt. Wat is het verband met een timesharing systeem ?
  4. [4 ptn] Wat is de functie van de transportlaag ? Wat betekent TCP ? Hoe gebeurt bij TCP de adressering ? Beschrijf heel bondig wat er in dit protocol gebeurt.
  5. [4 ptn] Stel dat de gebroken getallen worden voorgesteld via de vaste-komma-voorstellingswijze (bestaande uit 8 bits); negatieve getallen worden in 2 complement voorgesteld.
    1. Hoe wordt dan het getal 13,625 voorgesteld ?
    2. Welk getal stelt de bit-sequentie 01001000 voor indien de komma na de 4e bit staat ?
    3. hoe wordt de som berkend van deze twee getallen ?


Examen 2

  1. Magnetische schijven: beschrijf de fysische elementen, de werking, en hoe data wordt voorgesteld.
  2. Wat is een bootstrap-procedure. Hoe werd dit vroeger verwezenlijkt en hoe gebeurt dit nu?
  3. Wat is directe geheugentoegang, beschrijf de werking
  4. Ethernet. Beschrijf de fysische componenten, de werking en de regels. Geef voor- en nadelen.
  5. twee getallen optellen (zoals die drama-oefeningen bij bewegende komma voorstelling).


Examen 3

  1. Wat zijn bussen? Hoe werken bussen? Waarom is er geen chaos in het gebruik van bussen? ...
  2. Wat is supervisieoproep? Is dit noodzakelijk in moderne computersystem? Geef enkele voorbeeld waarin dit van toepassing is.
  3. Wat bedoelt men met verschillende lagen en protocollen in netwerken? Leg uit met een eenvoudig voorbeeld.
  4. Wat is binder? Welke informatie krijgt hij van de vertaler? Welke taken heeft de binder? Welke gegevensstrucutren creert de binder?
  5. Zet -72 om in een 12-bits binaries modulo 2 voorstelling. Zet 127 om. Tel deze twee getallen op (binair) en leg uit hoe je dit gedaan hebt.


Examen 4

  1. Bespreek SRAM DRAM, wat is geheugentoegangstijd, cyclustijd .
    1. bijvraagje: geef grootte-ordes van geheugentoeganstijd en cyclustijd voor SRAM en DRAM
  2. bespreek de binder, taken, gegevensstructuren, welke informatie moet de vertaler geven aan de binder.
  3. wat is de taak van de transportlaag, wat betekent TCP, leg taken uit van TCP.
  4. geef de processor-toestanden, leg die beknopt uit, geef diagram.
  5. je hebt het volgende gegeven
basis = 100
exponent = twee decimale cijfers, genoteerd met de verhoogde notatie +50
mantise bestaat uit zeven decimale cijfers.

gevraagd: geef het bereik van deze notatie op de reële as (de as was al getekend)

gegeven: twee gebroken getallen die voldoen aan de hierboven gegevens

gevraagd: maak het produkt.

2000

Examen 1

  1. Bespreek de NOF en NEN poort. Waarom zijn deze belangrijk?
  2. Dynamisch reloceren. Leg uit. Wat is het effect op de vertaler en de lader?
  3. Multiprogrammatie en timesharing uitleggen. Voorbeeld?
  4. Wat is 439 in Octaal en in Hexadecimaal? Waarvoor wordt dit gebruikt?
  5. Dataverbindingslaag. Uitleggen: Hoe werkt dit? Welke foutdetectie/-correctie? Bespreek volgend algoritme.

Examen 2

  1. Wat is het voorgeheugen? Hoe werkt het? Zal dit de computer niet nodeloos duur maken?
  2. Wat doet het besturingssysteem en hoe kan een gebruikersprogramma van zijn diensten gebruik maken?
  3. Wat is de bootstrap-procedure? Hoe gebeurde dit vroeger, en in de huidige situatie?
  4. Ethernet: Hoe ziet het er fysisch uit? Hoe werkt het (aan welke regels moeten de zenders zich houden)? Wat zijn de voor- en nadelen van dit systeem?
  5. Iets met de 2 bits (halve optelling) en 3 bits (volledige optelling) optelling waar je bepaalde schakelschema's van moet geven en die 2 componenten zouden moeten kunnen gebruiken om een n-bit optelling te construeren. Deze zouden parrallel of seriaal staan enzo, leg dat uit.