Natuurkunde voor informatici I

Ga naar: navigatie, zoeken

Samenvattingen

Klik hier om de samenvattingen te bekijken

Oefenzittingen

Opgaven en oplossingen oefenzittingen natuurkunde (2013-2014). Deze zijn handgeschreven, dus soms misschien wat onduidelijk. (Stuur mij een mailtje als de link dood is). Blijkbaar zijn het andere oefeningen sinds 2014-2015, hier ben je dus niet veel meer mee, tenzijn misschien voor te oefenen. [Robin Haveneers]

Inleiding

Sinds het academiejaar 2012-2013 is het grote vak Natuurkunde voor informatici opgesplitst in twee delen: Natuurkunde voor informatici I en Natuurkunde voor informatici II die respectievelijk gedoceerd worden in de eerste en tweede bachelor. Mechanica en elektriciteit behoort tot Natuurkunde I en Magnetisme tot Natuurkunde II.

Op de wikipagina van vroeger staan nog steeds heel nuttige vragen die nog altijd gebruikt worden en vaak terugkomen. Zeker het bekijken waard dus! Ook de examenstructuur is nog steeds dezelfde. Momenteel worden de vakken Natuurkunde voor informatici I en II gedoceerd door professor André Vantomme. Heel vriendelijke man op het examen. Niet verschieten als hij je naam kent wanneer je binnenkomt.

Het examen

Examenstructuur

Mondeling:

  1. Vraag 1: Een stuk uit de theorie bespreken, eerst voorbereiden op papier en daarna mondeling verdedigen.

Schriftelijk:

  1. Vraag 2: Twee kleine "inleefvraagjes" in iet of wat dagelijkse fenomenen, de bedoeling is dan dat je bespreekt a.d.h.v. theorie wat er gebeurt.
  2. Vraag 3 en 4: 2 oefeningen (meestal 1 op mechanica en 1 op elektriciteit).

Je krijgt een formularium met de meeste moeilijke formules op, maar je moet toch zien dat je formules zoals de kinetische energie of de wetten van de ERB vanbuiten kent.

Onderschat het examen zeker niet, de oefeningen van het schriftelijke gedeelte zijn niet gemakkelijk, en je moet meestal 1 of 2 afleidingen van formules geven op het mondeling gedeelte. Hiervoor heb je dan weer andere, kleinere formules nodig die vaak niet in je formularium staan! Zorg er dus zeker voor dat je van zaken als de Wet van Gauss, Biot-Savart, e.d. de "Examples" uit Serway goed kan reproduceren: niet zomaar van buiten leren, begrijpen is noodzakelijk!

Enkel tips voor het examen.

  • Zorg dat je de afleidingen goed kent van alle formules (zoals op de slides).
  • Dingen die 'basis' en triviaal lijken, zijn ook vrij belangrijk. Zo kan hij bijvoorbeeld vragen: "Wat is de eenheid van vermogen?" Dan moet je dus "Watt" antwoorden, en dan vraagt hij "En wat is 1 Watt?". Hierop moet je dan "1 Joule per seconde antwoorden" en dan kan hij nog vragen "En wat is Joule", en dan moet je antwoorden "1 (kg*m^2) /s^2" en zo moet je tot de conclusie komen dat 1 Watt = 1 (kg*m^2)/s^3 is. Zo'n dingen lijken 'logisch' maar zorg er voor dat je deze zonder problemen kan voorleggen. Zo laat je zien dat je "het kent". Het is op het examen de bedoeling dat je hem "overtuigt" van je kennis. Dit zal hij hoogstwaarschijnlijk bij de aanvang van het examen ook zeggen.

2017-2018

13 Juni 2018 (voormiddag)

Mondeling:

  1. Wat is een elektrische dipool? Geef een precieze definitie. Geef een voorbeeld.
  2. Beschrijf kwalitatief wat er gebeurt wanneer een elektrisch dipool in een uniform elektrisch veld geplaatst wordt, verklaar.
  3. Leid af hoe dit (vraag 2) kwalitatief beschreven kan worden in termen van krachtmoment en energie.

Schriftelijk:

  1. Gegeven: Een doos (stil) op een tafel.
    • Teken en bespreek alle krachten. Definieer het gewicht van de doos en de normaalkracht, bespreek hoe twee grootheden zich tot elkaar verhouden.
    • Bespreek hoe de situatie verandert als een persoon verticaal trekt of duwt op de doos.
    • Bespreek Hoe de situatie verandert als de tafel een hoek θ maakt met de horizontale richting.
  2. Drie lampen met een vermogen van respectievelijk 25W, 60W, 100W worden in serie geschakeld aan de netspanning van 220V. Bepaal (kwalitatief) de verhouding van de helderheid van deze lampen.
    Examen13-5-2018.jpg
  3. Een voorwerp van 4kg hangt aan een verticale paal met twee kabels (zie figuur). Het voorwerp draait in horizontale cirkel met een constante snelheid van 6 m/s. Zoek de spanning in het bovenste en onderste touw.
  4. Een oneindig lange isolerende cilinder met straal R heeft een niet-uniforme ladingsdichtheid, die afhankelijk is van afstand r van de centrale as van de cilinder (met 0 < r < R): ρ = (ρ_0(a-(r/b))) met ρ_0, a en b positieve constanten. Bepaal de grootte van het elektrisch veld voor:
    • r > R
    • r < R

14 Juni 2018 (voormiddag)

Mondeling:

  1. Bespreek elektrische geleiding in een halfgeleidend materiaal. Betrek in je antwoord zeker het concept 'energieband'.
  2. Leg resistiviteit uit in de context van halfgeleiders: is de resistiviteit groot of klein? Hoe is de temperatuursafhankelijkheid van de resistiviteit bij halfgeleiders?
  3. Hoe wordt de geleiding veranderd via dopering? Bespreek!
  4. Hoe worden halfgeleiderdiodes gemaakt? Leg het maken, de werking en gebruik van halfgeleiderdiodes uit.

Schriftelijk:

  1. Een wagen met massa m rolt (wrijvingsloos) van een helling (θ) vanuit stilstand. Vind de versnelling. Hoe hangt deze af van de massa? Wat is de tijd die de wagen erover doet om van de helling af te rollen wanneer de afstand van de wagen tot het eindpunt d is? Geef ook de eindsnelheid van de wagen.
  2. Gegeven zijn drie tekeningen met equipotentiaallijnen. In elke tekening staan ze verder uit elkaar. Ook het potentiaal op elke equipotentiaallijn is gegeven. Er zijn 3 punten: A op een equipotentiaallijn en B en C samen op een andere equipotentiaallijn.
    • Stel de verplaatsing van een deeltje van A naar C: rangschik van groot naar klein voor elke tekening de arbeid die nodig is om deze verplaatsing uit te voeren.
    • Rangschik op grootte van het elektrisch veld in punt B.
    • Teken op de drie figuren de kracht die een negatieve lading zou ondervinden in het punt C.
    • + uitleg bij alledrie
  3. Gegeven is een tekening van een kanon (op een wagentje) aan een veer. Massa van het kanon+wagentje, het projectiel, de snelheid van het projectiel en de veerconstante zijn gegeven.
    • Exact vraag 3 van 25 juni 2015 (namiddag). Daar staat ook een tekening.
    • Bereken de terugslagsnelheid van het kanon. (hint: behoud van impuls)
    • Bereken de maximale uitrekking van de veer.
    • Bereken de maximale kracht van de veer op het wagentje.
  4. Twee bollen met massa 100g en 1kg liggen op een tafel. Ze bevinden zich in een elektrisch veld met grootte E = 9,81*10^9 N/C dat naar boven gericht is.
    • Wat gebeurt er als er op beide bollen een lading gezet wordt van -3nC?
    • Wat gebeurt er als er op beide bollen een lading van 1,5nC gezet wordt?
    • In welk geval bereiken de bollen een hoogte van 10m? Bereken in dit geval ook de tijd dat de bollen erover doen om op deze hoogte te raken.

2016-2017

25 augustus 2017 (voormiddag)

1. Theorievraag: Definieer stroom, leg verband tussen macroscopisch en microscopisch niveau en bewijs formeel de wet van Ohm.

2. Kleine theorievragen:

  • Een vraag over terugroepkracht van een veer. Hoe kan je experimenteel de veerconstante vinden ? Leid de formule van arbeid van een veer af.
  • Een vraag over parallelle platen condensator. Welk invloed heeft een diëlektricum op de condensator. Wat als de diëlektricum infinitesimaal dun wordt gemaakt.

3. Oefeningen:

  • Je krijgt zo een tekening. We hebben een pad zonder wrijving en we laten een blokje los. Het blokje volgt heel het pad. Bepaal de normaalkracht bovenaan, beneden, bovenaan de loop. Wat gebeurt er als je in plaats van hoogte h begint bij hoogte 2h.
  • Je krijgt zo een tekening met andere gegevens (Q = 5.0*10^-6, lengte touw = 0.10m, hoek theta = 10°). Je hebt twee balletjes die in rust hangen, ze komen onder invloed van een elektrisch veld. De balletjes maken dan een hoek van 10° t.o.v. de verticale lijn. Bepaal de grootte van het veld.

28 juni 2017 (namiddag)

1. Theorievraag met mondelinge voorbereiding.

Een rotatie beweging heeft andere grootheden voor de positie, snelheid, versnelling en kracht dan een laterale beweging.

  • Geef deze, en leg uit wat ze betekenen.
  • Waarom kunnen we niet dezelfde grootheden gebruiken als voor een laterale beweging?

Geef de afleiding voor de kinetische energie, en de arbeid van rotatie beweging.

2. Twee kleine theorievragen

  • Je moet het vermogen van een lamp afleiden in functie van de tijd. De lamp bevindt zich in een RC-kring en op t=0 wordt de kring gesloten.
  • Uitleggen wat een dipool is, en hier voorbeelden van geven. Het elektrisch veld afleiden van een dipool (enkel voor punt P op de x-as van de dipool, en voor een punt Q even ver van de positieve lading als van de negatieve lading van de dipool).

3. Oefeningen

  • Een valies ligt op een band die draait in een cirkel en een hoek maakt van 20° (zoals de baggage band in de luchthaven). Bereken de kracht van de weerstand van de band op de valies (je krijgt genoeg gegevens om dit te kunnen berekenen)
  • Een blok van massa M en lading Q hangt (horizontaal op de grond) vast aan een veer met veerconstante K, dit alles bevindt zich in een uniform (horizontaal) elektrisch veld E, geef de maximale uitwijking van de veer, de evenwichtpositie, wat zou er gebeuren indien er wrijving is tussen de grond en de massa met wrijvingscoëfficient x?

2015-2016

22 juni 2016

Ochtend

1. Definieer en bespreek de elektrische stroom, op macro- en microscopisch niveau. Leid de wet van ohm uit, geef een formeel bewijs.

2. Bespreek en geef de universele gravitatiewet, bespreek de gelijkenissen en verschillen tussen de gravitatiewet op aarde en in de ruimte tussen hemellichamen. Hoe zorgt de gravitatiewet ervoor dat een satelliet in een baan rond de aarde blijft.

3. Wanneer je een ballon tegen je trui wrijft, kan je hem aan de muur 'kleven'. Bespreek de fysische verschijnselen die hier aan bod komen.

4. En raket beweegt met snelheid 4km/s. Wanneer module m1 (950000 kg) ontkoppeld wordt, beweegt deze module verder met snelheid V1. Wanneer m2 (550000 kg) ontkoppeld wordt, beweegt deze verder met snelheid 6km/s, en m3 (350000 kg) met 13km/s.

  • Bereken V1
  • Wat is de totale impuls op m3 na alle ontkoppelingsfasen?
  • Wat is de energie van het systeem na alle ontkoppelingsfasen?

5. Een protonenbundel wordt afgevuurd onder een hoek thèta in een elektrisch veld. Het eletrisch veld heeft grootte (gegeven maar vergeten) en de snelheid waarmee de protonen worden afgevuurd is (gegeven maar vergeten). Bepaal de hoek als we weten dat de protonen moeten landen op een target 1.27mm van de plaats waar ze het vlak binnenkomen. (Tekening wordt gegeven, dan is alles duidelijk).

Namiddag

1. Beschouw een 3-dimensionale ruimte, d.i. een ruimte met een x-, y- en z-as. Een projectiel wordt met een beginsnelheid v0 omhoog geworpen vanaf een hoogte h0. De versnelling is constant.

  • Bereken de positie en de snelheid van het projectiel in functie van de tijd.
  • Voor welke positie is de hoogte van het projectiel maximaal?
  • Hoe ver belandt het projectiel van de werppositie?

2. Gegeven een auto met massa m. De auto neemt een met een snelheid v een scherpe bocht met een straal r. Geef alle krachten die inwerken op de auto en leg uit. Wanneer vliegt de auto uit de bocht?

3. Exact vraag 3 van https://wiki.wina.be/examens/index.php/Natuurkunde_voor_informatici_I#24_juni_2015_.28voormiddag.29

2014-2015

23 juni 2015 (voormiddag)


1. Theorievraag met mondelinge voorbereiding.

Leg alles van de RC-kring uit. Het proces van het op- en ontladen, een kring tekenen, de energiebalans bespreken, alle onderdelen in de kring benoemen en uitleggen wat ze doen, grafieken van de lading en stroom i.f.v. de tijd tekenen en afleiden.

2. Twee kleine theorievragen

  • Op welke hoogte moet een geostationaire sateliet hangen om op zijn plaats te blijven hangen (massa en straal van de aarde zijn gegeven)?
  • Hoe wordt de shuntweerstand bij een stroom- en spanningsmeting aangesloten en wat moet de grootte hiervan in deze twee gevallen zijn? Verklaar.

3. Oefeningen

  • Een bal hangt aan een touw en wordt losgelaten. Op zijn laagste punt draait het touw rond een stok en slaagt de bal dus in een kleinere cirkel terug rond. Wat is de snelheid van de bal onderaan en op zijn hoogste punt na het omslagen rond de stok? Op welke hoogte moet deze stok hangen om de bal een volledige cirkel rond te laten draaien?
  • Een oefening over een parallele-platen-condensator. Wat is het potentiaal tussen de platen, wat is de snelheid van een proton vlak voor het tegen de negatieve plaat vliegt, wat is de versnelling van dat proton en met welke kracht vliegt het er tegen? Vanuit de kracht van dat proton, wat is de grootte van het elektrisch veld en komt dit overeen met de bekomen waarde als je het berekend met de oppervlakteladingsdichtheid?

23 juni 2015 (namiddag)


1. Theorievraag met mondelinge voorbereiding.

Geef de drie wetten van Newton en illustreer met voorbeelden. Welke gevolgen hebben deze? En gelden ze altijd? (Bij tweede wet heb ik het stukje van relativiteit erbij gezet, bij de derde vroeg hij of het wel geldt wanneer een pen door de Aarde wordt aangetrokken bijvoorbeeld). Leid hieruit ook behoud van impuls af en bespreek de concrete betekenis hiervan. Verder ook nog zeggen dat impuls hoeveelheid beweging is.

2. Twee kleine theorievragen

  • Bij twee identieke geleidende sferen heeft één een grote positieve lading en de andere een kleine positieve lading. Hoewel het teken van de ladingen gelijk is, trekken ze elkaar aan. Hoe komt dit? Gebeurt dit ook bij negatieve ladingen? Bespreek dit mechanisme.
  • Je hebt een condensator van 2 geleidende platen met een diëlektricum ertussen. Beschrijf i) de condensator en ii) het diëlektricum op microscopisch niveau.

3. Oefeningen

  • Een motorrijder bolt over een wrijvingsloos oppervlak aan een 20,0m/s maar komt aan een zanderig stuk van 15m lengte met kinetische wrijvingscoëfficiënt 0,70. Kan hij aan het einde van dit stuk geraken zonder zijn motor te gebruiken? Indien ja, wat is zijn snelheid aan het einde?
  • Een positief geladen bolletje van 1g valt vanuit rust van een hoogte van 5m recht naar beneden (ik ben niet zeker of de richting expliciet vermeld werd) door een elektrisch veld met grootte 10^4 N/C. Op het punt dat het de grond raakt, heeft het een snelheid van 21m/s. Wat is de richting van het veld (op/neer)? En wat is de lading van het bolletje?

24 juni 2015 (voormiddag)


1. Theorievraag met mondelinge voorbereiding.

Geef alles van condensatoren (capaciteit, capaciteit bij een parallelle platen condensator, uitdrukking voor de maximale hoeveelheid energie dat op een condensator past, teken de veldlijnen, beschrijf diëlectricum op moleculair niveau,...)

2. Twee kleine theorievragen

  • Als een voorwerp naar beneden valt, is dit aan constante snelheid of niet, leid af en bewijs formeel de uitdrukking.
  • Een gelijkzijdige driehoek met op elk hoekpunt dezelfde positieve lading: waar is het elektrisch veld 0, wat is de grootte, richting en zin van het veld op de bovenste lading i.f.v. de onderste 2?

3. Oefeningen

  • Je krijgt een voorwerp dat bestaat uit 2 componenten die aan elkaar vast zitten (m1 en m2) en deze liggen in een halve cirkel (zie https://sketch.io/render/sketch558ac37ddbc9a.png). Op een bepaald moment gebeurt er een explosie waardoor je voorwerp beneden kapot vliegt en splitst. Het ene deel vliegt dan langs links omhoog, het andere langs rechts. m1, m2, H zijn gegeven, de v is constant en h is gevraagd.

24 juni 2015 (namiddag)


1. Theorievraag met mondelinge voorbereiding.

Wat is flux, geef de definitie, formule en leidt hieruit de wet van Gauss af, pas dit ook toe op de binnen en buitenkant van een bol met uniforme lading.

2. Twee kleine theorievragen

  • Je duwt een doos tegen de muur, hoe komt het dat deze niet weg schuift ook al is je kracht horizontaal en de zwaartekracht verticaal?
  • Twee geleidende en geladen bollen bevinden zich op een zeer grote afstand van elkaar, je verbindt ze nu met een geleidende draad, wat gebeurt er? Geef ook de verhouding van het elektrisch veld en de verhouding van de hoeveelheid lading per opp. en wat gebeurt er indien een van de twee bollen een zeer kleine straal heeft, geef hier ook een toepassing van.

3. Oefeningen

  • Vraag, komt uit handboek, van zo'n kermismolen met stoeltjes, geef de snelheid en teken de krachten
  • Je hebt 4 geleidende platen vlak naast elkaar staan, de eerste is verbonden met +, de tweede met -, de derde kan via een schakelaar worden verbonden met + en de 4 de met de - via een schakelaar. De eerste schakelaar gaat dicht, wat bedraagt de capaciteit van het geheel nu en geef de lading op de tweede plaat. De derde schakelaar gaat dicht, geef de capaciteit van het geheel en de lading op de 4de plaat.

25 juni 2015 (namiddag)


1. Mondelinge theorievraag met schriftelijke voorbereiding.

Geef de definitie een elektrisch veld van een puntlading. Bespreek. Geef het verband met de elektrische kracht. Beschouw dit nu voor een uniforme ladingsdichtheid, toon aan, aan de hand van een negatief geladen dunne draad langs de symmetrie-as ervan. Wat zijn veldlijnen, hoe zien ze eruit, geef eigenschappen hiervan, welk nut hebben ze?

2. Twee kleine theorievragen

  • Je hebt een balk (A) met een doos (B) op. Er is wrijving tussen A en B. Je houdt de balk steeds schuiner. Hoe kan je hieruit de de wrijvingscoëfficiënt berekenen, is dit de statische of kinetische wrijvingscoëfficiënt?
  • Je wrijft met rubberen handschoenen over ... Je neemt een deurknop vast een er is een vonk van 3 cm, wat gebeurt er ? (Aanvulling nodig)

3. Een kanon op een kar is verbonden met een veer en kan horizontaal bewegen, de veer is initieel in rust een heeft k = 2.00 x 10^4N/m. Het kanon vuurt een projectiel van 200 kg af onder een hoek van 45° met een snelheid van 125 m/s. Het kanon en het karretje wegen samen 5000 kg.

Figuur.png

  • Geef de terugslagsnelheid (recoil) van de kar met het kanon.
  • Hoe ver rekt de veer maximaal uit?
  • Wat is de maximale kracht die de veer op de kar uitoefent?

(Identiek aan deze vraag: [1])

4. Een circruit met een emf van 9.20 V en een interne weerstand r van 1.20 OHM zijn verbonden met een weerstand R (serie). Een apparaat trekt 12.1 W (vermogen) uit deze weerstand R, bepaal R. Bepaal dit nu ook als er een apparaat is dat 21.2 W trekt.

2013-2014

16 Juni 2014


1. Theorievraag met mondelinge voorbereiding.

De eerste vraag ging over arbeid. Je moest zelf de afleiding geven van de arbeid van een voorwerp dat zich langs een willekeurig pad beweegt. (Rekening houden met de hoek, integreren e.d. Al deze afleidingen staan op de slides). Verder waren er ook nog deelvraagjes. De eerste deelvraag was het verband geven van arbeid en vermogen en uitleggen. Dan moest je ook de afleiding geven (uit arbeid) van kinetische energie en potentiële energie, en dit moest geïllustreerd worden aan de hand van een voorwerp dat zich aan veer bevindt. Hierbij moet je rekening houden met de veerconstante e.d. Je moest ook het principe 'wet van behoud van mechanische energie' uitleggen. Tenslotte moest je ook nog het verband arbeid - energie uitleggen ("work-energy theorem") en verklaren waarom deze begrippen zo belangrijk zijn. (Hier is het vooral belangrijk dat je zegt dat arbeid onafhankelijk is van de tijd.)


2. Twee kleine theorievragen

  • Bespreek de verschillen en gelijkenissen tussen massa en gewicht. Waar zijn de verbanden en waar is er een duidelijk verschil? Bestaat er een analoog fenomeen bij het elektrisch veld? (Ik heb daar geantwoord [niet zeker of dit juist is] dat een het elektrisch veld buiten een lading onafhankelijk is van de afstand, zoals massa onafhankelijk is van de gravitatieconstante (i.e. waar je je bevindt: maan, aarde, ... je massa is constant).)
  • Beeld je een soort molentje in, waarbij de wieken eigenlijk horizontaal liggen (ongeveer zoals dit prentje, maar dan met het 'molentje' plat: Voorbeeld). Wat gebeurt er als je er een lading opzet? Wat gebeurt er met de oriëntatie als je de lading omkeert?


3. Oefeningen

  • Deze oefening weet ik niet meer exact. Het ging gewoon over snelheid, versnelling, valversnelling ... . Heel analoog met de oefening uit de oefenzitting over de trein die de spoorwerker passeert. Je moet gewoon de gegevens correct interpreteren en dan in de juiste formules invullen. Je kon deze oefening oplossen met de 4 formules in het roze kadertje op pagina 29 in Giancoli. Die kan je ook trouwens allemaal afleiden uit de formule "r(t)= ..." uit het formularium.
  • De tweede oefening ging over een condensator in een oude radio. Zo'n condensator werkt door N halve schijven te plaatsen en daar N andere halve schijven tussen te laten draaien. We moesten hier de capaciteit berekenen voor verschillende hoeken (∂= 0°, ∂=180° en ∂= willekeurige hoek.) Je mocht er van uit gaan dat de afstand tussen de twee schijven n is. (Het leek op deze tekening, maar dan met meer platen: Capacitor oude radio met de hoek als volgt Hoek). Hier moet je gewoon rekening houden met hoe ze geschakeld staan: serie of parallel. Dit staat ook als tip gegeven.

18 augustus 2014


1. Theorievraag met mondelinge voorbereiding.

Bespreek de 4 eigenschappen die we hebben gezien in verband met een geleider in elektrostatisc evenwicht. Er is een eigenschap rond: grootte van het elektrisch veld, richting van het veld, lading en ladingsdichtheid. Geef daarna ook als vijfde eigenschap wat er gebeurt met een cavity (holte) en een elektrisch veld (kooi van Faraday). Geef al deze 5 eigenschappen en leg uit/leid af/geef verbanden/leg uit welke grootheden je gebruikt etc.

2. Twee kleine theorievragen

  • De eerste vraag was: Er hangt een geladen bolletje aan een gewichtsloos touw in een elektrisch veld. Het veld E is gegeven en je weet welke hoek het touw maakt met de verticale as. Geef uitdrukkingen voor zowel de lading van het balletje als de spanning in het touw.
  • Elektronen vloeien door een geleider. De stroomsterkte (I) wordt verdubbelt. Wat gebeurt er met de: Stroomdichtheid, Ladingsdragerdichtheid, Driftsnelheid, De gemiddelde tijd tussen 2 botsingen van elektronen. (Gebruik de formule met driftsnelheid Q/t = I = n q v A)

3. Oefeningen

  • Een blokje bevindt zich op een hellende ramp en hangt vast aan een touwtje dat rond een katrol gaat en op een horizontaal stuk vervolgens vast hangt aan een veer. Oorpronkelijk bevindt de veer zich in rusttoestand. Het blokje gaat beginnen glijden en de veer gaat uitrekken. a) Bereken hoeveel de veer uitgerekt is wanneer het blokje tot stilstand komt op de helling (Massa = 2.00 kg, veerconstante = 100N/m, geen wrijving).(Mijn idee is gebruik het blokje om de trekkracht van het touw te berekenen, deze trekkracht is gelijk aan deze bij de veer en bereken zo de uitrekking). b) Wat is de versnelling van het blokje op dit moment (Dat het dus op de helling tot stilstand is gekomen). c) Stel er is wel wrijving, en bij het loslaten van het blokje rekt de veer 0.20m uit tot het blokje tot stilstand komt. Bereken de wrijvingscoefficient.
  • Elektrisch schema met een bron, verbonden met (een condensator en een weerstand) en (een weerstand en een condensator) in parallel, de middens van beide takken zijn verbonden met een geleider en schakelaar. Een schakelaar is al heel lang dicht (condensatoren hebben kunnen opladen). a) bereken spanning over een condensator (zelfde als een weerstand die er in serie mee staat, vermogen over deze weerstand is gegeven, de weerstand zelf ook). b) Bereken de EMF van de bron (2 weerstanden en bron in totaal). c) De schakelaar wordt open gezet. Hoe verandert de lading over 1 vd 2 condensatoren? (Beide weerstanden en capaciteiten zijn gegeven).

Extra

! Kijk ook zeker hiertussen: Oude wiki Natuurkunde voor Informatici !