Natuurkunde voor Informatici (oud)

Ga naar: navigatie, zoeken

Samenvattingen

Klik hier om de samenvattingen te bekijken

Het examen

Examenstructuur

Mondeling:

  1. Vraag 1: Een stuk uit de theorie bespreken, eerst voorbereiden op papier en daarna mondeling verdedigen.

Schriftelijk:

  1. Vraag 2: Twee kleine inleefvraagjes in iet of wat dagelijkse fenomenen, de bedoeling is dan dat je bespreekt adhv theorie wat er gebeurt.
  2. Vraag 3 en 4: 2 oefeningen

Je krijgt een formularium met de meeste moeilijke formules op, maar je moet toch zien dat je formules zoals de kinetische energie of de wetten van de ERB vanbuiten kent.

Onderschat het examen zeker niet, de oefeningen van het schriftelijke gedeelte zijn niet gemakkelijk, en je moet meestal 1 of 2 afleidingen van formules geven op het mondeling gedeelte. Hiervoor heb je dan weer andere, kleinere formules nodig die vaak niet in je formularium staan! Zorg er dus zeker voor dat je van zaken als de Wet van Gauss, Biot-Savart, e.d. de "Examples" uit Serway goed kan reproduceren: niet zomaar van buiten leren, begrijpen is noodzakelijk!

Active Figures uit de cursus

Voor diegenen die dat inloggen teveel moeite vinden, of de code van hun Serway niet meer hebben, hier vind je alle active figures (die interactieve grafiekjes en tekeningen, die soms ook in de les getoond worden)

http://www.cyut.edu.tw/~cpyu/Active_Figures/simulation/Active%20Figures.html

Oplossingen oefenzittingen

Dit is een verzameling van de oplossingen van de oefenzittingen uit handboek of oplossingenbundel als ondersteuning. De tussenbewerkingen staan er wel niet super gedetailleerd in dus ik zou ze niet zien als een volledige vervanging voor het aanwezig zijn in de oefenzittingen. Ik weet ook niet of de inhoud nog 100% overeen komt met de gemaakte oefenzittingen dit jaar. Media:Oef_opl_natuurkunde.pdf

Examenvragen

2011-2012

24-06-2012

  1. Leg de wet van Lorentz uit en bespreek de overgang naar een stoomvoerende geleider in een magnetisch veld. Leg aan de hand hiervan het dipoolmoment uit van een circuit.
  2. Twee kleine vraagjes:
    1. Een capacitor heeft een elektrisch veld van 300 x10³ V/m. De platen zijn 600 cm² groot. De platen hebben een lading -Q en Q. Bepaal Q. (Het elektrische veld buiten de capacitor is 0)
    2. Toon aan dat de totale energie opgeslagen in de conductor = U = (1/2)LI^2
  3. Oefening op de wetten van kirchoff
  4. Een proton beweegt zich in een magnetisch veld (loodrecht op veldlijnen) en maakt een lus met periode T = 1 µs. Bepaal het magnetische veld.

18-06-2012

  1. Leg de wet van Ampère uit en waarom we die wet hebben uitgebreid naar de wet van Ampère-Maxwell.
  2. Twee kleine vraagjes:
    1. Twee condensatoren zijn apart opgeladen aan een 6V batterij en daarna ontkoppeld, de ene condensator heeft een capaciteit van 3 µF, de andere van 4 µF. De condensatoren worden aan mekaar gekoppeld zodat de negatieve plaat van de ene verbonden is met de positieve plaat van de andere, wat is de nieuwe lading op de condensatoren?
    2. Gegeven een solenoïde met 2000 windingen en lengte 30 cm, hierin steekt een weekijzeren staaf met grondoppervlakte 1,5 cm² en een relatieve permeabiliteit van 600. Wat is de zelfinductie? Wat is V indien er op 0,03s de stroom 0,1 A tot 0,6 A is gegaan?
  3. Een geioniseerd koolstof-atoom (12C) met een bepaalde snelheid wordt in een magnetisch veld van 0,75 T gebracht. Hoe groot is de kracht die op het deeltje werkt? Wat is zijn centripetale versnelling? Wat is de straal van de cirkel die het deeltje maakt?
  4. Een AC-kring met een spoel, weerstand en condensator en bepaalde piekstroom, en daarmee bepaalde dingen zoeken...

2010-2011

2009-2010


11-06-2010

  • Leg de wet van Gauss uit en zijn betekenis in de elektrostatica. Geef voorbeelden van specifieke ladingsverdelingen waar deze wet gebruikt kan worden voor het berekenen van het elektrisch veld. Wat zegt de wet van Gauss over magnetische velden?
  • Velocity selector:

Een lading q beweegt met een vector in een gebied waar een constante V en B zijn die loodrecht op elkaar staan. De vectoren voor beiden zijn en .
Schets het pad dat de lading volgt in functie van de waarden van E en B.
Wanneer de lading q van de bewegende deeltjes gekend is, op welke manier kan je met dit systeem een velocity selector maken?

  • Slinger

Een bal met massa m is opgehangen aan een touw dat in punt O bevestigd is. Het scharnier op O is vrij draaibaar en het touw kan vrij beweging.
Als er geen wrijving is en en de massa begint met v=0 op een hoek s van de verticale as, zoals aangegeven in de figuur, wat is de snelheid op punt A?
Stel dat er wrijving is op O, na een tijd t zal de massa tot stilstand gekomen zijn in s=0. Wat is de totale arbeid geleverd door de wrijvingskracht?
Slinger oef figuur.png

  • Gelijkstroomkring (oefening op wetten van Kirchoff)

Gegeven: , , en , en .
Bepaal I in elke weerstand R.
Bereken het potentiaalverschil tussen kruispunt a en b. Over welk kruispunt is het grootste potentiaal?
Kirchhoff oef stroomkring figuur.png (oefening 28.24 in Serway editie 6)

  • Muntstuk

Een muntstuk ligt op een blokje dat op een draaiende schijf ligt. De massa van het muntstuk is 3,1g de statische wrijvingscoefficient tussen de munt en het blokje is 0,52 en de kinetische wrijvingscoefficient 0,45. De massa van het blokje is 20g, de statische wrijvingscoefficient tussen het blokje en de schijf is 0,75 en de kinetische 0,64. Bepaal de maximale draaisnelheid (in rotaties per minuut) die de schijf kan hebben voordat de munt of het blokje beginnen te schuiven als je weet dat de straal van de schijf 12cm is. (oefening 6.60 in Serway editie 6)

2008-2009

30-01-2009

1.Bespreek arbeid over een willekeurig pad. Wat is vermogen? Voer de begrippen potentiële en kinetische energie in. Illustreer met een voorbeeld bij de veer met een massa. Leid de wet van behoud van mechanische energie af. Illustreer aan de hand van de gravitatiekracht. Wat is het nut van begrippen "arbeid" en "energie" in te voeren?

2.2 vraagjes. De eerste had je een solenoïde met een ring erop. Wat gebeurt er als de stroom wordt opgezet/afgezet? Verklaar en maak een tekening en duid de relevante grootheden aan. De tweede moest je bespreken wat voor extra weerstand je gaat gebruiken bij een galvanometer, voor respectievelijk de stroom en de spanning te meten

3. Een massa met positieve lading Q van 1g valt vanuit rust in vacuum vanop een hoogte van 5 meter naar beneden in een verticaal uniform constant elektrisch veld. Zijn snelheid vlak voor het de grond raakt is 21m/s. Wat is de zin van het elektrisch veld? Wat is de lading?

4. Een proton maakt een cirkelvormige beweging rond een constant uniform magnetisch veld. 1 omwenteling duurt 1 micro seconde. Hoe groot is het magnetisch veld ?

26-01-2009


1. Bespreek de werking van een elektrische gitaar.
2. 2 kleinere vraagjes: - Eenparige rechtlijnige beweging theoretische afleiden voor een wagen op een heuvel.
- Leg de werking van een condensator met diëlektrica er tussen uit. Micro en macro.
3. Bereken het elektrische veld en de totale kracht op een bepaalde plaats.
4. Een staaf waar stroom door loopt en beweegt aan een constante snelheid over een magnetisch veld. Bepaal de stroom.

13-01-2009

1.Gegeven is een rechthoekige geleider met zijden a en b in het vlak van het blad. Op de geleider staat een stroom in wijzerzin en er is een magnetisch veld loodrecht op een zijde van de geleider (in hetzelfde vlak). Bespreek alle krachten die inwerken op de stroomkring en de totale kracht. Zal de geleider bewegen? Wat verandert er in de tijd? Bespreek aan de hand hiervan ook de definitie van magnetisch draaimoment, op een kring zoals hierboven en op atomaire schaal.

2.
a) Je krijgt een tekening van een elektrische kring met 5 weerstanden en je moet de kring zo vervormen dat je een onbekende weerstand kan berekenen. (hint: Brug van wheatstone)Nvi1301092A.png
b) Je hebt een object A op een balk B en meet de wrijvingscoëfficiënt tussen beide door de balk telkes iets schuiner te houden. Hoe gaat dit in zijn werk? En heb je de statische of de kinetische wrijvingscoëfficiënt berekend?

3.Op de planeet "Incognita" is er dezelfde valversnelling als op aarde, maar bovendien is er aan het oppervlak een uniform elektrisch veld, dat neerwaarts gericht is. Je gooit een bal van 2,0 kg met een lading van 5 microCoulomb met een snelheid van 20,1 meter per seconde naar boven. Na 4,1 seconden landt het balletje terug op de grond. Bereken het potentiaalverschil tussen het hoogste punt van het balletje en de grond. (Het balletje werd gesmeten van een hoogte van 0m, dat vond ik niet echt duidelijk gezegd.)

4.Door een solenoïde met n = 400 wikkelingen per meter, loopt een stroom gelijk aan I = (30A)(1-e^(-1.6t)). Binnenin die solenoïde zit co-axiaal een spoel met 250 wikkelingen en een straal van 6 centimeter. Geef de richting en de grootte van de geïnduceerde emf in de tweede spoel.

2007-2008

25-08-2008

1. Bespreek de wetten van Newton, leg ze uit, geef voorbeelden. Zijn er uitzonderingen? leg uit hoe je uit deze wetten de wet van behoud van impuls kan afleiden. En bespreek deze wet (ook met voorbeeld, b.v. een persoon die uit een stilstaand bootje stapt aan de kade.)

2.
a) Kan je met een glazen staaf papiersnippers aantrekken? Verklaar? Zou dit ook lukken met aluminiumfolie?
b) ligt "bewegende lading" altijd aan de grondslag van magnetisme? Verklaar aan de hand van het magnetisch veld van volgende voorbeelden: i) een permanente magneet(b.v. frigomagneet) ii)een stroomvoerende draad, iii) het veld van de aarde en iv) het magnetisch veld van de hersenen.

3. Twee ladingen: +q op positie x=0 en -2q op positie x = 2.00, waar is het elektrisch veld 0? (eindige waarden!) en waar is de elektrische potentiaal 0?

4. een vierkant (op zijn punt gezet) met zijden 3m draad ligt in een magnetisch veld, dat in het blad gaat. De totale weerstand van de draad is 10 ohm, het magnetisch veld bedraagt 0.100T. Je trekt de punten links en rechts uit mekaar, tot het bovenste en het onderste hoekpunt nog 3m uit mekaar zijn. Dit doe je op 0.100 seconden. wat is de gemiddelde stroom door de draad? en in welke richting loopt de stroom door de draad? (is een problem ergens uit hoofdstuk 31 van de Serway)

21-01-2008

1. Bespreek de wet van Ampère (je moet zeggen wat deze wet inhoudt en zeggen hoe ze afgeleid kan worden) en pas deze wet toe om het magneetveld van een i) een torus en ii) een solenoïde te berekenen. Toon aan dat ii) uit i) kan afgeleid worden.

2.
a) Bereken de hoogte van een geostationaire satelliet. Gegeven: kg, km.
b) Op welk principe berust de werking van een bliksemafleider. Verklaar de werking/oorsprong van dit principe.

3. Een parallelle platen condensator met capaciteit 10µF (het diëlektricum is gewoon een vacuüm) heeft 1000µC op elke plaat. Een deeltje met lading -3µC en massa kg wordt met een beginsnelheid van m/s afgevuurd vanaf de positieve naar de negatieve plaat. Bereikt het deeltje de negatieve plaat? Zo ja, met welke snelheid? Zo nee, welke fractie van de afstand werd afgelegd? (26.60 in Serway editie 6)

4. Je houdt een ringetje van straal 0,5cm net onder een horizontale geleider waardoor een stroom van 10A van links naar rechts vloeit en die 0,5m boven de grond hangt. Wat is de gemiddelde emf die geïnduceerd wordt in de ring tussen het moment dat de ring losgelaten wordt en het moment dat de ring de grond raakt? Je mag veronderstellen dat het magneetveld constant is in de ring en gelijk is aan de waarde van het magneetveld in het centrum. In welke richting vloeit de geïnduceerde stroom? (31.62 in Serway editie 6)

14-01-2008 (alternatieve formulering)

  1. Veronderstel dat je een voorwerp met massa m laat vallen op een hoogte h, en dat een wrijving met de lucht verwaarloosbaar is. Werk 2 manieren uit om kwantitatief de eindsnelheid van het voorwerp te bepalen. Licht de gebruikte begrippen en concepten toe. Bespreek kwalitatief wat er gebeurt in het geval luchtwrijving wel in rekening gebracht wordt. Wat verandert er als de massa van het voorwerp verdubbeld wordt? Vergelijk deze situatie met het geval waarbij een geladen deeltje vanuit rust versneld wordt in een uniform elektrisch veld.
  2. Verklaar bondig het principe dipoolantenne als bron van elektromagnetische straling. Licht de werking (principe) toe en illustreer het stralingspatroon.
  3. Stroom door een spoel heeft nauwelijks effect op een compas dicht in de buurt. Als je een weekijzeren staaf in de kern legt reageert de compasnaald veel sterker. Verklaar.
  4. Twee ladingen -2,5 en +6,0 bevinden zich op 1m van elkaar. Bepaal alle punten waar het elektrisch veld 0 is.
  5. Een torus met rechthoekige doorsnede (a=2cm, b=3cm) en binnenstraal R=4cm heeft 500 windingen en voert een sinusvormige stroom () met en een frequentie . Een spoel met 20 windingen bevindt zich rond de torus zoals in de figuur aangegeven. Bepaal de emf in de spoel geinduceerd in fuctie van de tijd.

Torus oef figuur.png (Oefening 31.17 in Serway editie 6)

14-01-2008

1.
a) Beschouw een massa m in rust op een hoogte h. Verwaarloos de luchtwrijving. Bepaal de eindsnelheid op 2 verschillende manieren.
b) Beschouw dezelfde opstelling, maar nu met luchtwrijving, leg uit wat er verandert.
c) Beschouw dezelfde opstelling, maar nu met een massa die 2x zoveel is, leg uit wat er verandert.
d) Vergelijk deze opstelling met de beweging van een deeltje, vertrekkend vanuit rust, in een elektrisch veld.

2.
a) Dipoolantenne, leg uit en illustreer het stralingspatroon
b) ??? Vergessen :(

3.
Lading van -2,5 µC en +6 µC op 1 meter afstand; bepaal alle punten waar het elektrisch veld gelijk is aan 0.

4.
Een rechthoek 360° rondgedraaid, dus een soort torus maar dan niet mooi rond als een donut, met zijden 2cm en 3cm, met een binnenstraal van 4cm, heeft een geleider met 500 wikkelingen rond zich en een stroom Imax = 50A en een frequentie van 60 Hz. Bereken de emf die het uitoefent op een tweede spoel (20 wikkelingen, ongekende afmeting) die rechthoekig is met 1 been in de torus. (Dit is vraag 31.16 uit de 7de editie van de Serway, 31.17 uit de 6de editie)

2006-2007

29-08-2007

1 Leid de formule af voor een kracht op stroomgeleidende draad met stroom I en lengte L in een magnetisch veld. Pas deze formule toe op twee evenwijdige stroomdraden.
2

  • Je laat een biljartbal los op 1 m hoogte. Bespreek de krachten die erop inwerken voor hij de grond raakt, en welke invloed die hebben op de beweging
  • Is deze stelling juist of fout en leg uit:Als twee voorwerpen elkaar aantrekken, hebben ze dan zowieso een tegengestelde lading.

3 oef: Je krijgt een magnetisch veld dat in het blad gaat en verandert volgens de functie 0,001t. Daarin ligt volgende stroomkring:

   
                       P
        ------------------------
        |              |        |
        |              |        |
        |              |        |
        |              |        |
        -------------------------
                       Q 

Alle lange stukken zijn 2a, en alle korte zijn a (lengte a gegeven). De draden hebben een interne weerstand van 0,065 ohm/m. Bereken de richting en de grootte van de stroom door PQ.

4 Twee sferen met een gegeven lading, gewicht en grootte die op een meter van elkaar liggen en elkaar aantrekken. Met welke snelheid botsen ze tegen elkaar als je ze loslaat? gegeven tip: gebruikt behoud van energie en impuls.

22-01-2007

1 Geef de definitie en betekenis van de capaciteit van een condensator(bespreek). Bereken de capaciteit in het geval van een parallelle platencondensator. Hint: het elektrisch veld ten gevolge van een oneindig vlak met een uniforme oppervlakteladingsdichtheid sigma is sigma/2epsilon nul. Bespreek tevens het veldlijnenpatroon van deze condensator. Leidt ten slotte een uitdrukking af voor de hoeveelheid energie die opgeslagen wordt in een condensator en voor de energiedichtheid.

2 twee kleine vraagjes, max een halve pagina

  • Er staat een grote ton gevuld met water op een karretje in rust. Onderaan de ton is er een kraantje. Wat gebeurt er als je het kraantje opendraait? Verklaar
  • De magnetisatie van ferromagnetische materialen vertoont een hysteresiseffect. Bespreek dit fenomeen en zijn oorzaak.

3 Twee gelijke blokken staan op een wrijvingloos oppervlakte. Beide blokken zijn verbonden met een lichte veer (massa verwaarloosbaar) met veerconstante k. De blokken bevinden zicht op een afstand Li. Dan wordt er langzaam een lading Q in het systeem gebracht, en de blokken en de veer komen in evenwicht op afstand L. Geef Q.

4 Een 90 mH inductor met stroom I=1,0t²-6,0t (met SI eenheden) a) bereken de grootte van de geïnduceerde emf op t = 1s en t = 4s b) wanneer wordt de emf gelijk aan nul?

Enkel de eerste, de theorievraag is mondeling, de rest is schriftelijk

18-01-2007

1 Leg de wet van biot-savart uit, bespreken van alle delen in de wet en kunnen toepassen. Vergelijk dit met de berekening voor het elektrisch veld. Pas dan biot-savart toe op een rechte oneindige geleider op een punt P op een afstand a van deze geleider(komt rechtstreeks uit boek), de uitkomst hiervan staat ook in het formularium(als je dat weet tenminste want deze informatie werd niet gegeven). Op't mondeling vroeg hij ook verschillende keren bij mijn tekeningen aan te duiden in welke richting het magnetisch veld ging en om de veldlijnen te tekenen en waar deze begonnen en eindigden(nergens ofc want net zoals in een magneet maken deze lijnen loops Z->N buiten de magneet en N-Z binnen de magneet).

2.a Waarom is het makkelijker in evenwicht te blijven met een fiets naarmate je sneller gaat? (Antw: Traagheid/intertie zie: 1ste wet newton etc)

2.b Een molentje met 4 wieken met geleidende punten wordt geladen. Deze molen begint te draaien rond haar as(hij maakt tekeningetje op bord hoe molentje er uit ziet, is ook gezien in les). Verklaar waarom het rond draait en wat gebeurt er met de richting als de lading een ander teken krijgt?(volgens mij niets wnat het elektrische veld staat dan ook omgekeerd).

3 Twee platen geladen met zelfde lading, maar tegengestelde grootte, platen zijn horizontaal. 10 mm van elkaar verwijdert en een oppervlakte van 100 mm². Elektrisch veld gaat neerwaarts(dus negatieve plaat zit vanonder). Positief geladen deeltje met een bepaald gewicht 10^-6de denk ik, wordt gelanceerd vanaf het centrum van de onderste plaat onder een hoek van 37° en snelheid 10^5de(denk ik alweer) m / s. Beschrijf de baan van dit deeltje, op welke plaat zal het deeltje uiteindelijk botsen en op welke positie tegenover het begin? (uitrekenen met bewegingsvergelijkingen. Easy oefeninge eigenlijk, veel schrijfwerk.)

4 Soloïnide met 500 windingen en diameter van 10 mm. Hoe snel moet het elektrisch veld veranderen zodanig dat er een emf van 10kV wordt geinduceert? Berekenen met faraday gedoe, integreren en inleveren die boel :). Je hebt de stroom niet nodig want deze valt ergens weg tegenover de berekening van L omdat die omgekeerd evenredig is met de stroom. -->Commentaar uit 2008: Ik weet niet waarom de stroom er hier wordt bijgesleurd?! Dit is volgens mij oefening 31.6 uit de de editie van de serway, en daar moet je gwn de formule van de wet van faraday voor inductie nemen, invullen en de tijd eruit halen. Dus geen gerommel met stroom en inductantie enzo...


Als je er niets van kent geef dan gewoon onmiddelijk af want ik vond het maar zielig naast mij iemand te zien met niets op haar blad en maar rondkoekeloeren voor 3 uur :p.

2005-2006: andere prof???

01-09-2006

  1. Theorievraag 1: Leg het RC-circuit uit: laden, ontladen van de condensator, leg uit wat er met de energie gebeurt, maak een grafiek van (i) de lading op de condensator (ii) de stroom in functie van de tijd.
    1. Vergelijk het RC-circuit met het LC-circuit
  2. Theorievraag 2: twee korte vraagjes, max. 1/2 pagina per vraag
    1. Leg de wet van faraday uit in woorden, vertrekkende van de formele definitie
    2. Vergelijk massa en gewicht, wat zijn de verschillen/gelijkenissen?
  3. Oefening 1:
    1. Een geleider van boven naar onder met stroom I, lang tov andere afstanden, dan een kort geleidend staafje, onder een hoek van 90° met de geleider, op afstand r van de geleider, met lengte L en snelheid v evenwijdig met I.
      1. Bepaal het potentiaalverschil (in formulevorm) tussen de uiteinden van het staafje
      2. Zal het staafje stoppen (verklaar!)?
  4. Oefening 2:
    1. Gegeven 2 evenwijdige platen met lading van gelijke grote (maar tegengesteld) met een ladingsverdeling van 36mC/m² met onderlinge afstand van 12cm. Er wordt een proton geplaatst bij de positieve plaat.
      1. Bereken het potentiaalverschil tussen de platen (teken het electrisch veld)
      2. Bereken de kinetische energie van het proton wanneer het aankomt bij de negatieve plaat
      3. Bereken de snelheid van het proton wanneer het aankomt bij de negatieve plaat
      4. Bereken de versnelling van het proton
      5. Bereken de kracht op het proton
      6. Bereken het elektrisch veld. Controleer dat dit overeenkomt met het elektrisch veld dat je berekent uit het potentiaalverschil.

ma 20 juni 2006 (8u30) Kulak (H. Van Dael)

  1. vraag1: Oefening: blokje op rand van roterende schijf, frictiecoefficien=0.4, bereken bij welke hoeksnelheid het blokje van de schijf valt
  2. vraag2: Leid de volgende zaken af voor rotaties
    • krachtmoment
    • hoekversnelling
    • arbeid
    • vermogen
    • energie
  3. vraag 3: Bereken het magnetische veld rond een geleider waarin een constante stroom vloeit
  4. vraag 4: Leg alles uit van het RLC circuit

Je ziet het: geen moeilijke vragen, maar crap veel om te studeren (Hfst 3-11 en 23-43). Als je gemakkelijk onthoud zit je safe, zo niet: met twee weken kom je niet toe!

ma 30 januari 2005 (9u)

De eerste vraag was mondeling met schriftelijke voorbereiding. De andere waren schriftelijk. Prof heeft in't begin alle vragen uitgelegd, was vriendelijk bij't mondeling.

  1. Leg uit hoe ge van elektrisch potentiäal aan potentiële energie komt. Hoe wordt potentiaal gedefiniëerd? potentiaalverschil? Leg uit wat een dipool is.
    • Stel dat er een ijstijd komt. De ijskappen zullen toenemen en de zeespiegel zal zakken. Wat gebeurt er met de rotatiesnelheid van de aarde
    • LC-keten. Soms is het mogelijk dat bij een LC-keten bij de condensator Q=0, maar dat I > 0. Hoe kan dit. Leg uit
  2. Een balletje van 2g hangt aan een touwtje van 20cm, onder een hoek van 15°. Er is een elektrisch veld van 1000N/C. Bereken de lading van het balletje
  3. uniform magnetisch veld: kruisjes; Geïsoleerde geleider in 8-vorm, 2 cirkels boven elkaar, bovenste cirkel heeft straal 5cm, onderste 9cm. Het magnetisch veld neemt toe met 2T/s. Bereken de grootte en richting van de stroom door de geleider

--Stevel 30 jan 2006 14:06 (CET)

ma 30 januari 2005 (14u)

Eerste vraag is mondeling, de prof is vriendelijk maar controleert of je het echt wel kent. Maw: veel waarom-vragen.

  1. Leg uit: elektrische flux. Definitie en werk de wet van gauss uit. Hoe kan die gebruikt worden om het elektrisch veld rond een ladingsverdeling te berekenen? Demonstreer dit bij een bol met constante ladingsdichteid en straal R.
    • Een nagel van metaal kan door een magneet aangetrokken worden langs twee kanten. Bij een nagel van permanent magnetisch materiaal is dat niet zo. Verklaar in maximum een halve bladzijde.
    • Waar of niet? Hoe hoger je een voorwerp laat vallen, hoe harder het tegen de grond "botst". En leg uit in maximum een halve bladzijde.
  2. Een positief ion met gegeven massa en lading wordt versneld door een gegeven potentiaalverschil. Daarna gaat het loodrecht door een magnetisch veld met gegeven grootte. Bereken de straal van de baan die het ion gaat beschrijven.
  3. Een batterij in een auto heeft een gegeven emf en gegeven interne weerstand. De koplampen hebben tesamen een gegeven weerstand. Wat is de spanning rond de koplampen indien a) de koplampen de enige weerstand in de schakeling zijn. b) de motor aanstaat en een gegeven stroomssterkte verbruikt.