Inleiding tot het management

Ga naar: navigatie, zoeken
BartVanLooy.jpg

Samenvattingen

Klik hier om de samenvattingen te bekijken

Informatie over het examen

Het vak wordt gegeven door professor Bart van Looy.

Het examen is schriftelijk, gesloten boek en bevat een oefening.

Voorbeeldexamenvragen

Gegeven in 2005-2006

  1. Bespreek (bondig) de kenmerken van de belangrijkste managementtheorieën die de vorige eeuw zijn ontstaan. Welke zijn volgens u vandaag nog het meest relevant?
  2. Henri Fayol wordt beschouwd als een van de grondleggers van de klassieke organisatietheorie. Welke richtlijnen gaf Fayol mee aan managers? Welke vindt u vandaag meer/minder/niet relevant en waarom?
  3. Bespreek (bondig) de ideeën en inzichten die binnen de gedragswetenschappelijke school werden naar voor geschoven op het vlak van het management van organisaties. Welke van de auteurs die een bijdrage leverde tot deze school vindt u vandaag nog steeds relevant (en waarom)?
  4. Bespreek de bouwstenen nuttig en nodig bij het ontwerpen van een organisatiestructuur. Bespreek kort de belangrijkste aandachtspunten dienaangaande.
  5. Bespreek de strategisch modellen en inzichten van Michaël Porter en de Boston Consulting Group. Voor welke managementvraagstukken bieden deze kaders een houvast?
  6. Welke aandachstpunten inzake organisatie-ontwerp werden aangereikt door Woodward en Burns & Stalker? Bespreek (kort) de kern van hun ideeën.
  7. Bespreek de belangrijkste aandachtspunten m.b.t. het motiveren van medewerkers. Ziet u een relatie met stijl van leiding geven en zo ja, welke?
  8. Wat verstaat men onder het 4c model?
  9. Wat verstaat men onder de 4p’s? (Variant: pas deze concreet toe op een nieuw te lanceren product/dienst)
  10. Verschillende auteurs benadrukken het belang van ‘empowerment’ voor het motiveren van medewerkers. Wat wordt onder deze term verstaan? Welke redenen ziet u om hier als management gevolg aan te geven? Wat zijn de implicaties op het niveau van leiding geven (stijl)?

Voor 2 voorbeeldoefeningen, zie Media:Voorbeelden_examenvragen_Inleiding_tot_Management_2006.pdf

Examenvragen

Het is niet zeker of de examenvragen van 2002 en vroeger van dezelfde prof waren. In 1998 was het zeker een andere (Debackere).

2010-01-13 (prof. Bart van Looy)

1) Geef bondig de essentie van scientific management en behavior-theorieen. Zijn deze tegenstellingen/complementair?

2) Bespreek "bounded rationality". Breng dit in verband met errors en bias in decision making (+motiveer)

3) Bonussystemen. Geef redenen waarom men hier WEL voor zou kiezen. Geef mogelijke nadelen/risico's. Geef jouw eindoordeel hieromtrent (ja/nee/conditioneel) en argumenteer.

4) Over de reader strategie (enkel voor studenten met 4 stp.): Vergelijk de theorie van Porter met de resource-based theorieen ivm industrie-analyse. Wat zijn hun sterke/zwakke punten? Waarin verschillen ze? Hoe kunnen ze gecombineerd/geintegreerd worden?

5) Financiele analyse. Gegeven een vereenvoudigde jaarrekening (vergelijkbaar met die uit de les van Janssen farmaceutica). Bespreek liquiditeit en rendement.

2006-06-27

1) Bespreek hoe Ford de theorieen van het Taylorisme of de gedragswetenschappelijke school toepaste in zijn fabrieken. Bespreek aspecten van zijn aanpak die ook nu nog belangrijk kunnen zijn.

2) Bespreek de theorien van Porter en McKinsey (7S) binnnen het kader van strategiebepaling en implementatie. Wat is het verschil?

3) Nieuwe product lanceren gezondheidsvoeding: 3 segmenten: kinderen, volwassenen, senioren. Hoe pak je het commercieel plan aan... Bespreek belangrijke aspecten.

4) Bespreek de personeelsfunctie in een bedrijf. Welke managementfuncties treden hierbij op. Hoe kan HRM meer betrokken worden in het bepalen van de strategie?

5) Financiële analyse.

2002-06-24

  1. Bespreek diff/int lawrence e losch + tot welke coordinatiemexanismen heeft dit geleid.
  2. Bespreek de voornaamste behoefte-theorien.
  3. Oefening: Bespreek de balans van een onderneming.
  4. Oefening: Bespreek 'npv'(voluit?).

200x-2 (examenbundel CuDi)

  1. Larence en Lorch ontwikkelde de theorie van differentiatie en integratie. Wat houdt dit in? Welke implicaties heeft dit voor het management van effectieve coordinatie van organisatie?
  2. Geef de elementen en kenmerken van de verschillende behoeften-theorien ivm het motiveren van medewerkers
  3. Een onderneming kampt steeds meer met juridische problemen. Daarom besluit het een juridische afdeling op te richten. Aan het hoofd daarvan staat een jurist. Hij krijgt daarbij 2 medewerkers en een secretaresse. De juridische afdeling zal aan de andere afdelingen en divisies in de ondernemingen een aanpak voorstellen om te volgen bij juridische problemen. Welke bevoegdhed(en) dient de jurist te krijgen? (strikvraagje want alleen lijn- en stafbevoegdheid, GEEN functionele bevoegdheid)
  4. De balans van Afga-Gevaert bespreken. Wat zijn de sterke en zwakke punten? Voorstellen voor een verbetering?

200x-1 (examenbundel CuDi)

  1. Bespreek kort gedragsbenadering en contingentiebenadering bij leiderschapsstijlen.
  2. Bespreek het Human Relations Proces.
  3. Bespreek balans NV Agfa-Gevaert. Geef sterke en zwakke punten en mogelijke verbeteringen.
  4. Bill Gates wil met zijn product windows 95 in 1995 een wereldwijde standaard invoeren. Bespreek de belangerijkste punten van een commercieel programma.