ICT Service Management

Ga naar: navigatie, zoeken
Guido Dedene

Samenvattingen

Klik hier om de samenvattingen te bekijken

Informatie over het examen

Het examen is open boek & schriftelijk.

Proefexamens

2008-2009

proefex a 2008
proefex b 2008
proefex c 2008
proefex d 2008
--Uvrt

Op Toledo gezet door prof in 2009-2010

Examenvragen

23 juni 2010

Opmerkingen:

  • Vraag 1 en 2 zijn heel makkelijk ofwel zie ik iets over het hoofd...
  • vraag 3, 4, 5 en 6 zijn het type "vraag dat zeker geen exacte wetenschap is"
  • Bij vraag 3 of 4 is er nog een deelvraag bij, maar die ben ik vergeten.

Examenvragen:

  1. Men spreekt over een bedrijf dat producten maakt met een marginale productiekost van 0. Men geeft twee grafieken. De Y-as heeft als label "$", de X-as heeft geen label. De ene grafiek heeft als opschrift iets als "marginale value voor de casual gebruiker", de andere als opschrift iets als "marginalue value voor de professionele gebruiker". De casual-grafiek ziet zo uit als je (x=0,y=0.5) verbindt met (x=0.5,y=0). De professionele-grafiek ziet er zo uit als je (x=0,y=1) verbindt met (x=1,y=0). Van zowel de professionele markt als de casual-markt zijn er een miljoen klanten. Het is op de een of andere reden duidelijk dat de x-as kwaliteit van het product uitdrukt.
    1. Geef voorbeelden van producten die ook zo een marginale productiekost van 0 hebben.
    2. Stel het bedrijf maakt enkel een product van kwaliteit 1. Wat is de opbrengst?
    3. Stel het bedrijf maakt enkel een product van kwaliteit 0.5. Wat is de opbrengst?
    4. Stel het bedrijf maakt zowel een product van kwaliteit 1 als 1 van 0.5 Wat is de opbrengst?
    Men geeft ook de hint dat mensen niet gaan betalen voor kwaliteit die ze niet willen.
  2. Gegeven een webserver die maximaal een gegeven aantal requests tegelijk kan behandelen en gegeven een tabel zoals dit:
    Number of requests Throughput (req/sec)
    0 0
    1 12
    2 15
    3 16

    (uiteraard zijn de getalletjes iets anders dan in de slides)

    1. Teken het state-diagrammatje
    2. Allerlei vraagjes in het genre van:
      1. Q1: What is the probability that an incoming request is rejected?
      2. Q2: What is the average number of requests in execution?
      3. Q3: What is the average throughput of the server?
      4. Q4: What is the average time spent by a request in the server?

    Elk vraagje is er een dat letterlijk in de slides behandeld is.

  3. Bespreek elk quadrant van het Mc Farlan framework volgens het framework van Weil en Broadbent.
  4. In de course zijn drie outsourcing scenario's besproken op basis van "transaction cost theory" en "resource based view". Bespreek elk scenario volgens het framework van Mc Farlan. In de les was gezegd dat je dit ofwel zeker ofwel waarschijnlijk (een van de twee, weet niet meer welk) op het examen moet mappen op het framework van Mc Farlan. Er wordt ook gevraagd naar motivatie van wat je beweert.
  5. Gegeven een lange tekst over de autoindustrie waar men stock-problemen heeft. Gevraagd: wat loopt er fout? Wat is de percieved value van een management information system? Wat zijn de benefits en pitfalls om hier een management information system te gaan gebruiken?
  6. KBC had dit eerst als software:
    Kbc-sis-v1.png

    en later dit:

    Kbc-sis-v2.png

    Bespreek iets van configuration management (weet niet meer precies wat), en breng dat in verband met wat gezien is qua schematische voorstellingswijze van configuration management ofzo. Geef ook wat jij als beste schematische voorstellingswijze ofzo vindt. Ik weet zelf niet goed wat ze wouden dus het kan zijn dat bovenstaande vraag fout neergeschreven is. In de les was gezegd dat er een vraag ging zijn waarvoor het belangrijk was het hoofdstuk over configuration-management in verband te brengen met het KBC-bezoek. Op het examen staat expliciet dat je het KBC-bezoek niet meegedaan moet hebben om de vraag op te lossen.

    Opmerking: het is niet omdat je perfect met een repository-systeem (cvs,svn,git,bzr,...) kan werken dat het duidelijk is wat ze willen.

19 juni 2006

  1. Ge krijgt nen belachelijk lange case study over outsourcing gone wrong (die ik hier ni gans ga uittypen plus ik heb em ni onthouden). Wat is hier misgegaan? Hoe zou jij het aanpakken?
  2. Drie bedrijven willen alledrie een centrale printserver. Bedrijven X en Y maken hen een voorstel op voor verschillende configuraties (ze kunnen samenwerken, ala incremental cost method) Welk aandeel hebben de drie bedrijven (a, b, c) in de configuratie ABC (dus samenwerken) Toon aan dat dit beter is dan dat BC alleen samengaan. Leg uit hoe je prioriteit kan geven aan bedrijf A.
  3. Bedrijf is een soort broker voor shippinggegevens. Krijgt ge text over hun aanpak. Geef hier voordelen van (value chain linking, blabla) Geef de uitdagingen als ze hun handel op internet zouden zetten.
  4. Ge krijgt een beschrijving van een project in lines of code en wat de belangrijke punten zijn. Geef effort en development time. Geef methode om 15% van de tijd af te doen. Wat is de ROI als men int begin van het project 5 PM (programmer months) erbij steekt
  5. Ge krijgt nen tekst over een municipal community (wat dat ook mag zijn) waarvan de penningmeester en de IC chief nieuwe kantoorcomputers en CMS willen. Maar het geval is zeer gedecentraliseerd (in departementen enzo) en die departementshoofden zijn de baas. Leg uit hoe je hen kan doen overeenkomen (scoring methods ofzo) Welke architectuur zou jij gebruiken. (over deze vraag ben ik ni erg zeker want ik snapte ze

ni goe) (Eigenlijk is deze laatste gewoon question 5 van het voorbeeldexamen)

8 juni 2007

  1. Uitgebreid COCOMO model met TOOLS en EXPERIENCE. Effort = a x Volume^b x Tools^c x Experience^d. Wat betekenen b, c en d ? Hoe kan je dit model staven met de werkelijkheid ? Is dit het best mogelijke model om tools en experience erbij te betrekken ?
  2. Verzekeringsmaatschappij wil dat zijn salesmensen hun informatie vanaf nu in een CRM systeem invoeren. Ge krijgt een beschrijving van hoe ze het hebben aangepakt en ge moet zeggen hoe gij het had gedaan. Welke metrics kunt ge gebruiken om het systeem te evalueren en waarom willen sales mensen liever niet delen? Kunt ge ze hiertoe incentives geven ?
  3. Een groot voedselbedrijf (=> factory mode) wil zijn IT outsourcen, omdat men het gevoel heeft dat de IT afdeling niet goed draait. Ze hanteren een soort kostensysteem dat misschien teveel aanrekent (=> interne profits). Een goed idee ? Waar moet op gelet worden ?
  4. Twee departementen willen een nieuw DBMS (twee keuzes), ge moet een beslissingsmatrix opstellen en zorgen dat ze de optie nemen die voor het bedrijf in het geheel het beste is.
  5. ...en nog een vraag die ik vergeten ben ...


Zie ook

Dedene